MFBI 902 - Gebruiksinstructies

  • Bijgewerkt

Dit artikel legt uit hoe u de MFBI 902 van Boretti gebruikt.

Inductiekookplaten

  • Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels mogen niet op de kookplaat geplaatst worden aangezien zij warm kunnen worden.
  • Gebruik geen metalen keukenvoorwerpen (zoals opscheplepels). Het is aangeraden om plastic of houten voorwerpen te gebruiken.
  • Gebruik pannen met de aanbevolen diameter (zie minimum diameter van pannen) Het is niet aangeraden om pannen kleiner dan de kookzone te gebruiken. De pannen moeten in het midden van de kookzone geplaatst worden.
  • Gebruik geen beschadigde pannen of pannen met een ronde bodem.
  • Gebruik pannen speciaal voor inductiekoken.
  • Houd een minimum afstand van de electromagnetische velden door 5-10 cm van de kookzones te staan. Wanneer mogelijk gebruik de kookzones achteraan.
  • Magnetische voorwerpen (bijv. kredietkaarten, diskettes, geheugenkaarten) en electronische instrumenten (bijv. computers) mogen niet in de buurt van de inductiekookplaat geplaatst worden.
  • Het gebruik van magnetische blikken is verboden! Gesloten blikken kunnen ontploffen door te hoge druk by het opwarmen. Brandgevaar is ook mogelijk met open blikken, omdat de integrale temperatuursbeveiliging hier niet kan werken.
  • Belangrijke mededeling: de inductiekookplaat voldoet aan de Europese normen voor huishoudapparaten. Energie-etikettering/ecologisch ontwerp
  • Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
  • Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
  • Norm EN 60350-1 (elektrische ovens).
  • Norm EN 60350-2 (kookplaten: elektrische kookzones en/of -gebieden). Gebruik van het apparaat, energiebesparings tips Oven
  • Controleer dat de deur van de oven goed sluit en dat de afdichting van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
  • Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te benutten.
  • We raden u aan om geschikte ovenschotels te gebruiken en de oventemperatuur indien nodig aan te passen tijdens de bereiding. Kookplaten inductiekookzones en/of -gebieden
  • Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
  • Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
  • Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgereien dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
  • Gebruik steeds pannen/koffieketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/koffieketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt. Belangrijk Gebruik geen tussenstukken voor pannen/koffieketels. 1 Kooktafel Afb. 1.1 Kookzones

Maximaal 'BOOST' vermogen: 3000 W

2. Inductie kookzone Ø 160 mm Normaal vermogen: 1400 W

3. Kookzonedisplay

Opmerking

Het normale en maximale vermogen kan veranderen afhankelijk van de grootte en materiaal van de pan op de kookplaat. Bedek de kookplaat niet met aluminiumfolie.

Let op

Indien u een barst op de glasplaat vaststelt, schakelt u meteen de elektrische stroom uit en contacteert u de servicedienst. Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en desksels op de kookplaat aangezien deze heet kunnen worden. 2 Bedieningspaneel Afb. 2.1 Beschrijving van de bedieningsknoppen

1. Bedieningsknop kookplaat rechtsvoor

2. Bedieningsknop kookplaat rechtsachter

3. Bedieningsknop kookplaat linksachter

4. Bedieningsknop kookplaat linksvoor

5. Schakelaar van de multifunctionele oven (oven links)

6. Thermostaatknop van de multifunctionele (oven links)

7. Thermostaatknop van de traditionele oven (oven rechts)

8. Schakelaar van de traditionele oven (oven rechts)

9. Elektronische klok/programmeur (alleen de grote oven links)

Controlelampje

10. Indicatielampje van de multifunctionele oven (oven links)

11. Controlelampje van de traditionele oven (oven rechts)

Ventilatiemotor voor koeling

Dit toestel beschikt over een veilige koeling dankzij de ventilatiemotor, waardoor een optimale efficiëntie van het controlepaneel wordt bereikt, de oppervlaktetemperatuur lager blijft en de interne componenten worden afgekoeld. De ventilatiemotor voor koeling wordt automatisch ingeschakeld wanneer de oven of de grillbrander worden aangezet. Deze kan (enkele minuten) blijven werken, ook nadat de oven of grillbrander werden uitgeschakeld. Deze periode hangt af van de baktemperatuur en duur. 3 Gebruik van de inductiekookplaat De vitrokeramische kookplaat is uitgerust met inductiekookzones. Deze zones, aangeduid met gedrukte cirkels op het keramisch oppervlak, worden geregeld door aparte bedieningsknoppen op de display. Vooraan in het midden van de kookplaat duidt de display (bestaande uit 4 verlichtte cijfers - één voor elke zone ) het volgende aan: Kookzone OFF niet ingeschakeld Kookzone ON (ingeschakeld maar niet in werking) Indien alle zones in 0 staan, gaat de display vanzelf uit (kookzones OFF) na ongeveer 10 seconden. Instellen van vermogen Functie "snelkoken" Functie "BOOST” - koken op maximale sterkte Indicator voor de overblijvende warmte Indicator voor het herkennen van de pan Kinderbeveiliging Opmerking Elk verlicht cijfer verwijst naar de respectievelijke kookzone. Inductiekooksysteem Zodra u een inductiekookzone aanzet en een kookzone kiest, gaan de elektronische schakelingen inductiestromen produceren die onmiddellijk de bodem van de pan opwarmen en de warmte doorgeven aan het gerecht. Op die manier is er bijna geen energieverlies tussen de kookplaat en het gerecht. Uw inductiekookplaat werkt alleen indien de juiste pan met juiste kenmerken op een kookzone wordt geplaatst. Indien de indicator voor het herkennen van de pan op de display verschijnt is uw pan niet geschikt en zal uw inductiekookplaat niet werken. Indien na 10 minuten geen pan herkend is, zal de kookzone automatisch uitgeschakeld worden en kan alleen ingeschakeld worden nadat de bedieningsknop terug op “O” (OFF) staat. Indicator voor overblijvende warmte Wanneer de kookzone nog heet is, zal de respectievelijke indicator voor overblijvende warmte op de display in werking zijn om u voor het hete oppervlak opmerkzaam te maken. Raak de kookzone van de kookplaat niet aan. Let vooral op kinderen. Wanneer de op de display verlicht is, is het mogelijk om opnieuw te beginnen te koken. Stel de bedieningsknop op het gewenste vermogen in. Kookpannen voor inductiekoken Het inductiekooksysteem werkt ALLEEN indien de juiste pannen voor inductiekoken gebruikt worden. De bodem van de pan moet ferromagnetisch zijn om de inductiestromen, die nodig zijn voor het verwarmingsproces, te genereren. Dit wil zeggen dat een magneet aan de bodem van de pan moet kleven. Kookpannen bestaande uit de volgende materialen zijn niet geschikt:

  • Glas, hout, porcelain, keramiek, aardewerk;
  • Puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem.
  • Om te testen of een pan geschikt is of niet:
  • Test de bodem van de kookpan met een magneet; indien de magneet kleeft, is de pan geschikt.
  • Indien een magneet niet beschikbaar is, vul de pan met een kleine hoeveelheid water en plaats deze op een kookzone. Schakel de kookzone in: indien het symbool = (indicator voor het herkennen van de pan) verschijnt op de kookzonedisplay (in plaats van het kookvermogen), is de pan niet geschikt. Opmerking importante De kookzones zullen niet werken indien de diameter van de pan te klein is (브 indicator voor het herkennen van de pan zal verschijnen op de kookzonedisplay). Om de kookzones correct te gebruiken, volg de aanwijzigingen in de tabel. Inductiekookzone Minimum aanbeveelde diameter van kookpan Vooraan rechts Ø 160 mm 110 mm Achteraan rechts Ø 200 mm 145 mm Achteraan links Ø 160 mm 110 mm Vooraan links Ø 200 mm 145 mm Let op De pan moet altijd in het midden van de kookzone geplaatst worden. Het is mogelijk om te grote pannen te gebruiken maar de bodem van de pan mag de andere kookzones niet raken. Gebruik altijd pannen met een dikke, totaal vlakke bodem. Gebruik geen pan met holle of bolle bodem; deze kunnen de kookzone doen overhitten. Opmerking Sommige types van pannen kunnen een geluid maken wanneer ze in gebruik zijn op een inductiekookzone. Dit geluid betekent niet dat er een probleem is met uw apparaat en heeft geen invloed op het koken. Bedieningsknoppen Elke kookzone kan worden ingesteld met een individuele bedieningsknop die op het controlepaneel staat. Het koken wordt geregeld door een elektronisch systeem. Indien een kookzone niet uitgeschakeld is (OFF), zal het elektronisch systeem deze automatisch uitschakelen na een vooropgestelde tijd die afhankelijk is van het kookvermogen. Tijdslimiet van de kookzones Elke kookzone wordt automatisch uitgeschakeld (OFF) na een maximaal vooropgestelde tijd indien het product niet in werking is. De maximaal vooropgestelde tijd is afhankelijk van het kookvermogen, zoals aangeduid in dit schema. Bij elk gebruik van de knoppen van de kookplaat zal de maximaal vooropgestelde tijd naar de beginwaarde gezet worden. Kookvermogen van de koozones Tijdslimiet 360 minuten 2 360 minuten 3 300 minuten 4 300 minuten 5 240 minuten 6 90 minuten 7 90 minuten 8 90 minuten 9 90 minuten 1 - 9 kookvermogen Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee tot aan het gewenste kookvermogen tussen 1 (minimum) en 9 (maximum). Het kookvermogen kan op ieder gewenst moment veranderd worden door de bedieningsknop met de wijzers van de klok of tegen de wijzers van de klok naar een ander kookvermogen te draaien. De kookzonedisplay zal het geselecteerde kookvermogen tonen. Voorbeelden van kookvermogens 0 Smelten, opwarmen Kookzone niet in werking 1 tot 2 Sauzen, boter, chocolade, gelatine Gerechten op voorhand bereid 2 tot 3 Sudderen, ontdooien Rijst, pudding, suikersiroop 3 tot 4 Stomen Gedroogde groenten, vis, bevroren producten 4 tot 5 Water Groenten, vis, vlees 6 tot 7 Medium koken, Sudderen Gestoomde aardappelen, soepen, pasta, verse groenten 7 tot 8 Koken Vlees, lever, eieren, worstjes Goulash, rollade, pens 9 Frituren, roosteren Water koken Aardappelen, gerechten in beslag, wafeltjes Biefstuk, omeletten, gefrituurde gerechten Water Functie 'snelkoken' Draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in tot aan “A” en laat de bedieningsknop los (na de “beep”); het respectievelijke symbool zal verschijnen. Draai de bedieningsknop binnen 5 seconden tot aan het gewenste kookvermogen (tussen 1 en 9); als het kookvermogen geselecteerd is, zullen – en het geselecteerde kookvermogen afwisselend knipperen op de kookzonedisplay. Deze functie laat de kookzone toe om op maximum vermogen (100%) te werken gedurende een bepaalde tijd die afhangt van het kookvermogen. Deze functie is beschikbaar op alle kookzones. Gedurende het snelkoken is het mogelijk om op ieder gewenst moment het geselecteerde kookvermogen hoger in te stellen, maar het is niet mogelijk om het te verlagen; door de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in te draaien naar een lager kookvermogen zal de functie uitgeschakeld worden. Deze functie zal ook uitgeschakeld worden indien de bedieningsknop op “0” (OFF) ingesteld wordt of indien de ‘BOOST' functie gekozen wordt. Opmerking Indien de pan van de kookzone wordt verwijderd voordat het kookprogramma is beëindigd, kan de functie 'snelkoken' vervolledigd worden met de overgebleven tijd indien de pan terug op de kookzone wordt gezet binnen 10 minuten. Functie 'boost' - koken op maximale sterkte Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee om het maximale kookvermogen (9) in te stellen. Draai dan de bedieningsknop met de wijzers van de klok tot “P” en laat de bedieningsknop los (na de "beep"). De bedieningsknop stelt zich automatisch in op het maximale kookvermogen (9) en het respectievelijke symbool verschijnt op de kookzonedisplay. Het BOOST programma is nu in werking. Deze functie laat de kookzone toe om op maximale sterkte (hoger dan normal vermogen) te werken voor een maximum van 5 minuten. Dit kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een grote hoeveelheid water snel op te warmen. Deze functie is beschikbaar op: kookzones achteraan rechts en vooraan links. Om deze functie uit te schakelen, draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in naar een lager kookvermogen of naar "0" (OFF). BOOST wordt ook uitgeschakeld door de bedieningsknop opnieuw naar “P” te draaien; in dit geval zal de kookzone werken op kookvermogen 9. Opmerking: indien een kookzone nog warm is, is het niet mogelijk om de BOOST functie te gebruiken. Indien u dit probeert aan te zetten, zal knipperen. De kookzone wordt automatisch op het maximum kookvermogen 9 ingesteld. Het BOOST programma werkt slechts voor een maximum van 5 minuten. Het programma kan terug opnieuw gebruikt worden na het wachten van 5 minuten. Belangrijk Het BOOST programma is niet geschikt voor het koken van gerechten zonder water. Gebruik dit programma niet voor het opwarmen van olie (bijv. frituurvet). Maximum beschikbaar vermogen voor de kookzones De rechter- en linkerkookzone werken met twee afzonderlijk electronische circuits en het maximum vermogen per circuit is 3700 W. Indien een kookzone meer dan 3700 W nodig heeft, dan heeft het laatste kookvermogen voorrang en zal het kookvermogen van de andere kookzone automatisch verminderd worden naar het overgebleven beschikbaar vermogen. Als dit zich voordoet, zal het symbool op de kookzone knipperen voor ongeveer 3 seconden voordat het automatisch het nieuwe kookvermogen toont. Dit betekent bijvoorbeeld dat:
  • Indien de BOOST functie voor een tweede kookzone wordt ingesteld, zal de andere kookzone automatisch naar een lager beschikbaar vermogen ingesteld worden.
  • Wanneer de BOOST functie voor de eerst kookzone wordt ingesteld en een ander kookvermogen voor de tweede kookzone, maar het totale kookvermogen is meer dan 3700 W, dan zal de BOOST functie gestopt worden en het kookvermogen automatisch naar een lager beschikbaar vermogen ingesteld worden. Hittebeveiliging De inductiekookplaat is uitgerust met veiligheidsmaatregelen die het electronisch systeem beveiligen en die elke kookzone van oververhitting beveiligen. In geval van oververhitting zal één van de volgende functies automatisch gestart worden door het electronisch systeem:
  • BOOST functie wordt gestopt en kookvermogen gereduceerd;
  • Eén of meer kookzones worden uitgeschakeld OFF;
  • De koelventilator van de inductiekookplaat wordt gestart. Kinderbeveiliging Indien de inductiekookplaat niet in gebruik is, stel de kinderbeveiliging in om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de kookzones inschakelen. Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn (OFF) draai dan de bedieningsknoppen van de kookzones tegelijkertijd naar links ("A" en hou beide bedieningsknoppen ingedrukt totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Om de kinderbeveiliging uit te zetten, volg dezelfde procedure totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Foutmeldingen op de kookzonedisplay Foutmelding Voorbeeld Wat te doen Erxx of Ex (niet E2 of EH) display werkt niet 1. Schakel het fornuis en de electrische stroom uit. 2. Wacht 1 minuut en schakel het fornuis en de kookzones aan. 3. Wacht 1 minuut en indien de foutmelding niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden. 4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt, herhaal stap 1 tot 3. 5. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. E2 of EH E en 2 knipperen afwisselend voor een of meerdere kookzones. Dit betekent dat een of meerdere kookzones overhit zijn. 1. Schakel het fornuis uit en laat het afkoelen. 2. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. E6 of EH display werkt niet Het fornuis is foutief aangesloten. Het apparaat moet aan de juiste electriciteit aangesloten worden door een erkend technicus. Symbool zoals tekening Dit duidt een onjuiste uitvoering van een of meerdere bedieningsknoppen van de kookzones aan. 1. Draai de bedieningsknop van de kookzone naar 0 (OFF), schakel het fornuis en de electrische stroom uit. 2. Wacht 1 minuut, schakel het fornuis en de kookzones aan. 3. Wacht 1 minuut en indien de foutmelding niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden. 4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt, herhaal stap 1 tot 3. 5. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. Raad voor het veilig gebruik van de kookplaat
  • Controleer welke knop de gekozen kookzone bedient voordat u aan de knoppen draait. Het is raadzaam de pan op de kookzone te zetten voordat u deze aan zet, en de pan te verwijderen wanneer het koken klaar is.
  • Gebruik pannen met een platte, gladde bodem. Een oneffen of ruwe bodem kan de glaskeramische plaat bekrassen. Controleer of de bodem van de pan schoon en droog is.
  • Laat een vochtig deksel niet op de kookplaat liggen.
  • Het glaskeramische oppervlak en de pannen moeten schoon zijn. Verwijder alle voedselresten (vooral die van suikerrijk voedsel), vuil, enz. zorgvuldig met afwasmiddel.
  • Gebruik geen pannen met een steel die zo lang is dat deze over de rand van de kookplaat uitsteekt, om te voorkomen dat de pan per ongeluk wordt omgestoten. Met deze voorzorg is de pan ook moeilijker te bereiken voor kinderen.
  • Buig u niet over de kookplaat wanneer de kookzones in bedrijf zijn.
  • Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de keramische kookplaat vallen. Neem de stekker uit het stopcontact als het keramische oppervlak beschadigd is en stel u in verbinding met de servicedienst.
  • Leg geen aluminiumfolie of plastic voorwerpen op de kookzones wanneer deze warm zijn. Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op. Reiniging
  • Voordat u de kookplaat reinigt, dient u na te gaan of het toestel uitgeschakeld is.
  • Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op.
  • Verwijder eventuele voedselresten of andere stoffen die zich hebben vastgezet.
  • Verwijder stof met een vochtige doek.
  • U kunt gebruik maken van niet schurende of niet schadelijke reinigingsmiddelen.
  • Het is aanbevolen om alles dat door warmte kan smelten, van de kookplaat te verwijderen: plastic voorwerpen, aluminiumfolie, suiker of heel zoete producten.
  • Indien een voorwerp of materiaal op de plaat gesmolten is, dient u dit onmiddellijk te verwijderen (terwijl het oppervlak nog warm is) met de schraper om beschadiging van het vitroceramische vlak te vermijden.
  • Gebruik geen messen of puntige voorwerpen, want zij kunnen de kookpmaat onherroepelijk beschadigen.
  • Gebruik ook geen schurende schilfers of schuursponsen die onherstelbare krassen kunnen veroorzaken. Let op Bij het schoonmaken van de keramische kookplaat met behulp van een accessoire (bijvoorbeeld een kleine schraper) moet men erop letten dat de fornuisrand ter hoogte van de hoeken van het keramisch oppervlak niet beschadigd wordt. Bekras het keramische oppervlak niet met scherpe voorwerpen en gebruik het keramische oppervlak niet als werkblad of bergplaats. 4 Elektrische multifunctionele oven (links) Let op Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houd jonge kinderen op afstand. Zoals de naam al zegt, gaat het hier om een oven die specifieke functionele kenmerken bezit. Het is inderdaad mogelijk 7 verschillende functies te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen. Deze 7 functies, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:
  • Onderweerstand
  • Bovenweerstand
  • Grillweerstand
  • Ringvormige weerstand Opmerking Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C) in de standen en om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen. Maak de oven en accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel. Waarschuwing De deur is heet. Gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven aan te raken. Het opwarmen en koken met de Multifunctie oven gebeurt als volgt: A) Door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand. B) Door gedwongen convectie Een ventilator zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyclus te hernemen omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaar gekookt worden. Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken. C) Door semi-gedwongen convectie De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de ventilator in de oven verdeeld. D) Door straling De warmte wordt door de infraroodstralen van de grillweerstand uitgestraald. E) Door straling en ventilatie De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de ventilator in de oven verdeeld. F) Ventilatie Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid. Bakstandenschakelaar (afb. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. Thermostaat (afb. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste functie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het bedieningspaneel. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de functies is ingesteld. TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50°C tot 250°C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen. Aangeraden gebruik: Voor gerechten die volledig gaar gekookt moeten worden. Vb: vlees, varkensribben, schuimgebak (meringue). ROOSTEREN MET DE GRILL Werking van de elektrische weerstand met infraroodstraling. Met de ovendeur dicht gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 50°C en 225°C voor maximaal 15 minuten en vervolgens op 175°C. De grill niet langer dan 30 minuten gebruiken. Let op Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houd jonge kinderen op afstand. Voor correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “Koken met de grill” op pagina 27. Aangeraden gebruik: Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz. ONTDOOIEN VAN INGEVROREN VOEDINGSMIDDELEN Enkel werking van de ovenventilator. Te gebruiken met de thermostaatknop op stand " daar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft. Het ontdooien gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming. Aangeraden gebruik: Om snel de ingevroren gerechten te ontdooien. Ongeveer één uur per kilo. De duur variëert in functie van de kwaliteit en het soort te ontdooien voedingsmiddelen. KOKEN MET WARME LUCHT Werking van de ringvormige weerstand en van de ventilator. De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250°C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden. Aangeraden gebruik: Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn. Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbief, gehele vissen, enz. KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL Werking van de infrarood grillweerstand en de ventilator. De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator deelt de warmte over de hele oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50°C en 225°C (voor maximaal 30 minuten). De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Attentie Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. Attentie Tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van de oven. Voor correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “Roosteren en gratineren" op pagina 27. WARMHOUDEN VAN GEKOOKTE GERECHTEN OF ZACHTJES OPWARMEN VAN GERECHTEN Werking van de bovenweerstand, van de ringvormige weerstand en de ventilator. De warmte wordt verspreid door gedwongen convectie, met meer intensiteit op het niveau van de bovenweerstand. De temperatuur dient geregeld te worden van 50°C tot 140°C met de thermostaatknop. Aangeraden gebruik: Om vooraf gekookte gerechten warm te houden. Om zachtjes de reeds gekookte gerechten op te warmen. INTENSIEF BAKKEN Werking van de onder- en bovenweerstand en van de ventilator. De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250°C met de thermostaatknop. Aangeraden gebruik: Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten bakken of gebraden worden. Vb.: kalkoen, lamsbout, taart, enz. Kookmethodes Steriliseren Het steriliseren van levensmiddelen in schalen gebeurt als volgt (volle schalen, hermetisch gesloten): A) De schakelaar op stand plaatsen; B) De thermostaatknop op stand 185°C plaatsen en de oven voorverwarmen; C) De druipplaat met warm water vullen; D) De schalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaatknop op stand 135°C plaatsen. Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de schalen gevormd worden, de oven uitschakelen en laten afkoelen. Geventileerd grillen De schakelaar op stand ☑ plaatsen en de thermostaatknop op stand 150°C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd is. Braden Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het om de volgende punten in acht te nemen:
  • De oventemperatuur instellen tussen 180°C en 200°C.
  • De hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees. Simultaan koken De standen en de multifunctionele oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken. Aldus kan men tegelijkertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma's en smaken zich vermengen. Dit is mogelijk omdat de dampen en vetten geoxideerd worden door de elektrische weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten. De enige te nemen voorzorgen zijn:
  • De kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25°C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
  • De gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaatst worden, rekening houdend met de verschillende kookduur. Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie- en tijds besparing. Roosteren en gratineren Met de schakelaar op stand ☑ kan het roosteren zonder braadspit gebeuren, daar de lucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 225°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven verder laten verwarmen tot het roosteren klaar is. Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie graven effect te verkrijgen. Attentie Tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van de oven. Koken met de grill De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven. Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen. Attentie De grill niet langer dan 30 minuten gebruiken. Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. De grill niet langer dan 30 minuten gebruiken. Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houd jonge kinderen op afstand. Koken met de oven De oven voorverwarmen op de gewenste temperatuur. Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken. De oven 5 minuten voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten. Ter informatie geven we in de volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperaturen in °C. Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken. Gerechten temperatuur Savoiegebakjes 150°C Chocoladecake 150°C Rijst in de oven 150°C Konijnenpastei 175°C Kaassoufflé 175°C Rundsvlees met uitjes 175°C Macaronikrans 175°C Vier-vierde gebak 175°C Karamelvla 175°C Gevulde tomaten 200°C Pizza 200°C Zeebrasem met uitjes 200°C Forel met amandelen 200°C Wijting in de oven 200°C Eend 200°C Aardappelen in de oven 200°C Appeltaart 200°C Soezendeeg 200°C Geroosterde paprika's 200°C Kalfskotelet 200°C Varkenskotelet 200°C Lamskotelet 225°C Kalfsgebraad 225°C Gebrade kip 225°C Appelen in de oven 225°C Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°C Omelet 225°C Rundsgebraad 225°C Lamsbout 225°C Lamsschouder 225°C Gegratineerde macaroni 225°C Braadspit (afb. 5.3) De fornuizen uitgerust met een braadspit. Dit dient om de gerechten aan het spit le braden door middel van het gebruik van de grillbrander. Dit onderdeel bestaat uit:
  • 1 elektrische motor, in de achterwand van de oven geplaatst
  • 1 spit uit roestvrij handvat en twee regelbare vorken
  • 1 steun voor het spit dat men op de middenrichel van de oven plaatst Gebruik van het braadspit (afb. 5.3) De braadslee op de onderste richel van de oven plaatsen en de steun op de middenrichel.
  • Het spit in het braadstuk rijgen en het met de vorken vastleggen.
  • Het spit in het gat van de motor plaatsen en op de steun leggen. Het handvat naar links draaien en het wegnemen. De draairichting van de hendel is van links naar rechts, of omgekeerd. 6 Elektronische digitale programmering De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:
  • 24-uurs klok met lichtgevend display
  • Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten)
  • Programma voor automatisch bakken in de oven.
  • Programma voor halfautomatisch bakken in de oven. Beschrijving van de drukknoppen Kookwekker Baktijd Einde baktijd Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma's. Vooruit zetten van de cijfers van alle functies. Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal. Beschrijving van de oplichtende tekens AUTO - Knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aan zetten). AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of halfautomatische bediening met ingeschakeld programma. Programmering op handmatige bediening of automatisch bakken in werking. Kookwekker in werking. AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde programmering (de baktijdinstelling is langer dan de instelling van einde baktijd). Opmerking Het programmeren (met één hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie. Nadat men deze weer heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen of iedere keer dat de stroom uitvalt wordt de programmering op 0 gezet. Digitale klok (afb. 6.1) De programmeereenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de

Was dit artikel nuttig?

Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Geen antwoord op je vraag gevonden?