Dit artikel behandelt de veiligheidswaarschuwingen voor de ML9015IFSIX / ML9015IFSAN / ML9015IFSZW / ML9015IFSMAT van Boretti.
Belangrijke informatie voor de correcte verwerking van het product in overeenstemming met de europese richtlijn 2012/19/EC. Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Belangrijke veiligheidsinstructies en aanbevelingen Belangrijk Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet-huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciële omgeving. De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi-commerciële, commerciële of gemeenschappelijke omgeving. Lees aandachtig de instructies vooraleer u het toestel installeert en gebruikt.
- Dit apparaat is ontworpen en geproduceerd in overeenstemming met de geldende normen voor huishoudelijke keukenapparatuur, inclusief de standaarden voor oppervlaktetemperatuur. Mensen met een gevoelige huid kunnen een hoge temperatuur waarnemen, ondanks dat de maximale temperatuur binnen de norm valt. De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van het correct gebruik hiervan. Wij raden daarom aan om extra goed op te letten tijdens het gebruik van het apparaat, vooral in het bijzijn van kinderen.
- Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit. Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.
- Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.
- Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt. Belangrijk Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.
- Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet-naleving van deze instructie.
- Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem
- Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudt. Waarschuwing: Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.
- Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.
- Raak het toestel niet aan met natte of bedampte handen (of voeten).
- Gebruik het toestel niet blootsvoets.
- Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het – voor u het weg doet – op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlijke onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.
- De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt.
- Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.
- Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.
- Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien zij de mogelijke risico's begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.
- De producent is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel. Waarschuwing Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet.
- Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan (zowel aan de kookplaat als in de oven).
- De deur is heet, gebruik de handgreep.
- Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.
- Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen in de buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met de kookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken. Waarschuwing Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT brand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dek het vuur af, bijv. met een deksel of een vuurdeken. Waarschuwing Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
- Plaats lege pannen niet op de glaskeramische kookplaat.
- Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de glaskeramische kookplaat vallen.
- Kras de kookplaten niet met scherpe voorwerpen. Gebruik de kookplaten niet als werkoppervlak. Waarschuwing Wanneer de kookplaten gebarsten of op een andere manier beschadigd zijn, bijv. door gevallen voorwerpen, koppel dan het toestel los van de elektriciteit om elektrische schokken te vermijden en neem contact op met de klantenservice. Waarschuwing Wanneer dit product correct geplaatst is, voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie. Wees echter extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van het toestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijn om aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, die letsels kunnen veroorzaken. Eerste gebruik van de oven Volg deze instructies:
- Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk 'REINIGING EN ONDERHOUD'.
- Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
- Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af. Opgelet: Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
- Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven.
- Bedek de kookplaat niet met aluminiumfolie.
- BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
- Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
- Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
- Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
- Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.
- Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt. Veilig omgaan met voedsel: Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer. Waarschuwing: Til het fornuis NIET op met de handgreep. Waarschuwing: Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continue toezicht te worden gehouden.
- Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
- De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina 46.
- Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico's te voorkomen.
- INDUCTIEKOOKPLATEN
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels mogen niet op de kookplaat geplaatst worden aangezien zij warm kunnen worden.
- Gebruik geen metalen keukenvoorwerpen (zoals opscheplepels). Het is aangeraden om plastieke of houten voorwerpen te gebruiken.
- Gebruik kookpannen met de aanbeveelde diameter (zie minimum diameter van kookpannen) Het is niet aangeraden om kookpannen kleiner dan de kookzone te gebruiken. De kookpannen moeten in het midden van de kookzone geplaatst worden.
- Gebruik geen beschadigde kookpannen of pannen met een ronde bodem.
- Gebruik kookpannen special voor inductiekoken.
- Hou een minimum afstand van de electromagnetische velden door 5-10 cm van de kookzones te staan. Wanneer mogelijk gebruik de kookzones achteraan.
- Magnetische voorwerpen (bijv. kredietkaarten, diskettes, geheugenkaarten) en electronische instrumenten (bijv. computers) mogen niet in de buurt van de inductiekookplaat geplaatst worden.
- Het gebruik van magnetische blikken is verboden! Gesloten blikken kunnen ontploffen door te hoge druk by het opwarmen. Brandgevaar is ook mogelijk met open blikken, omdat de integrale temperatuursbeveiliging hier niet kan werken. Belangrijke waarschuwing De inductiekookplaat voldoet aan de Europese normen voor huishoudapparaten. Dit betekent dat het niet met andere electronische apparaten zou kunnen storen. Personen met een pacemaker of andere electrische inplantingen moeten bij hun dokter navragen of zij een inductiekookplaat kunnen gebruiken en mogelijke storingen met de inplantingen controleren. Energie-etikettering/Ecologisch ontwerp
- Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
- Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
- Norm EN 60350-1 (Elektrische ovens).
- Norm EN 60350-2 (kookplaten: elektrische kookzones en/of -gebieden). Gebruik van het apparaat, energiebesparing tips Oven
- Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
- Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
- We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding. Kookplaten Inductiekookzones en/of -gebieden
- Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
- Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
- Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgerei dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
- Gebruik steeds pannen/koffieketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/koffieketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt.
- Belangrijk: gebruik geen tussenstukken voor kookpotten/koffieketels. Aandacht Als u een grillpan gebruikt, kies dan niet voor de maximumstand gedurende een te lange periode, de pan kan misvormen door de hitte. Gebruik steeds en pan met dikke bodem. U mag kookgerei gebruiken die groter is dan de zone zelf, maar deze mag de andere zones niet raken. Gebruik steeds kookgerei met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen kookgerei met concaaf of convex bodem; dit kan oververhitting van de zone veroorzaken. Nota Bepaald kookgerei kan geluid maken wanneer deze gebruikt worden op een inductie plaat. Dit betekent niet dat er een panne is en zal de kookprocedure niet beïnvloeden. Bedieningsknoppen Elke kookzone kan worden ingesteld met een individuele bedieningsknop die op het controlepaneel staat. Het koken wordt geregeld door een elektronisch systeem. Indien een kookzone niet uitgeschakeld is (OFF), zal het elektronisch systeem deze automatisch uitschakelen na een vooropgestelde tijd die afhankelijk is van het kookvermogen. Tijdslimiet van de kookzones Elke kookzone wordt automatisch uitgeschakeld OFF na een maximaal vooropgestelde tijd indien het product niet in werking is. De maximaal vooropgestelde tijd is afhankelijk van het kookvermogen, zoals aangeduid in dit schema. Bij elk gebruik van de knoppen van de kookplaat zal de maximaal vooropgestelde tijd naar de beginwaarde herzet worden. 1 ÷ 9 Kookvermogen Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee tot aan het gewenste kookvermogen tussen 1 (minimum) en 9 (maximum). Het kookvermogen kan op eender welk moment veranderd worden door de bedieningsknop met de wijzers van de klok of tegen de wijzers van de klok naar een ander kookvermogen te draaien. De kookzonedisplay zal het geselecteerde kookvermogen tonen. VOORBEELDEN VAN KOOKVERMOGENS Kookzone niet in werking Smelten Sauzen, boter, chocolade, gelatine Gerechten op Opwarmen voorhand bereid Sudderen Rijst, pudding, suikersiroop Ontdooien Gedroogde groenten, vis, bevroren producten Stomen Groenten, vis, vlees Water Gestoomde aardappelen, soepen, pasta, verse groenten Medium koken Vlees, lever, eieren, worstjes Goulash, rollade, pens Sudderen Koken Aardappelen, gerechten in beslag, wafeltjes Frituren, roosteren Biefstuk, omeletten, gefrituurde gerechten Water Water koken "Brug"-functie (uitbreidbare maximale zone) Deze functie kan worden gebruikt om de twee zones 1 en 2 in “Brug”-modus aan elkaar te koppelen, om een uitgebreide maximale zone te realiseren die ideaal is voor het gebruik van grote, rechthoekig pannen of speciale vispannen. Deze functie inschakelen:
- Draai de twee regelknoppen van de geselecteerde kookzones rechtsom naar de hoogste warmteinstelling 9.
- Draai beide knoppen tegelijk naar en houd vast totdat op de display's van de kookzones verschijnt en de display's stoppen met knipperen.
- Op het display van de voorste kookzone wordt de warmteinstelling getoond. Op het display van de achterste kookzone wordt getoond.
- Het vermogensniveau kan op elk moment worden gewijzigd door de voorste kookzone te selecteren en vervolgens een nieuw niveau in te stellen.
- Om de "Brug”-functie uit te schakelen draait u beide regelknoppen terug naar "0" Indien geen pan wordt gedetecteerd Indien geen pan wordt gedetecteerd op de achterste kookzone, wordt op het display van de voorste kookzone de geselecteerde instelling getoond, terwijl het display van de achterste kookzone afwisselend en toont. Voorzichtig! De voorste kookzone zal op de geselecteerde instelling werken. Indien geen pan wordt gedetecteerd op de voorste kookzone, wordt op het display van de voorste kookzone het symbool getoond, terwijl het display van de achterste kookzone afwisselend de geselecteerde instelling toont. en Voorzichtig! De achterste kookzone zal op de geselecteerde instelling werken. Indien na 10 minuten geen pan wordt gedetecteerd:
- de brugfunctie zal worden uitgeschakeld.
- de kookzone waarop geen pan wordt gedetecteerd blijft tonen
- op de andere kookzone zal verder worden gekookt op de geselecteerde warmteinstelling. Functie 'Snelkoken' Draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in tot aan “A” en laat de bedieningsknop los (na de "beep"); het respectievelijke symbool zal verschijnen. Draai de bedieningsknop binnen 10 seconden tot aan het gewenste kookvermogen (tussen 1 en 9); eenmaal het kookvermogen geselecteerd is, zullen en het geselecteerde kookvermogen afwisselend knipperen op de kookzonedisplay. Deze functie laat de kookzone toe om op maximum vermogen (100%) te werken gedurende een bepaalde tijd die afhangt van het kookvermogen. Deze functie is beschikbaar op alle kookzones. Gedurende het snelkoken is het mogelijk om op eender welk moment het geselecteerde kookvermogen hoger in te stellen, maar het is niet mogelijk om het te verlagen; door de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in te draaien naar een lager kookvermogen zal de functie uitgeschakeld worden. Deze functie zal ook uitgeschakeld worden indien de bedieningsknop op "0" (OFF) ingesteld wordt of indien de 'BOOST' functie gekozen wordt. Opmerking: Indien de kookpan van de kookzone wordt verwijderd voordat het kookprogramma is beëindigd, kan de functie 'snelkoken' vervolledigd worden met de overgebleven tijd indien de kookpan terug op de kookzone wordt gezet binnen 10 minuten. Functie 'Boost' - koken op maximale sterkte Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee om het maximale kookvermogen (9) in te stellen. Draai dan de bedieningsknop met de wijzers van de klok tot “P” and laat de bedieningsknop los (na de “beep”). De bedieningsknop stelt zich automatisch in op het maximale kookvermogen (9) and het respectievelijke symbool verschijnt op de kookzonedisplay. Het BOOST programma is nu in werking. Deze functie laat de kookzone toe om op maximale sterkte (hoger dan normal vermogen) te werken voor een maximum van 5 minuten. Dit kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een grote hoeveelheid water snel op te warmen. Om deze functie uit te schakelen, draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in naar een lager kookvermogen of naar “O” (OFF). BOOST wordt ook uitgeschakeld door de bedieningsknop opnieuw naar “P” te draaien; in dit geval zal de kookzone werken op kookvermogen 9. Opmerking: indien een kookzone nog warm is, is het niet mogelijk om de BOOST functie te gebruiken. Indien u dit probeert aan te zetten, zal knipperen. De kookzone wordt automatisch op het maximum kookvermogen 9 ingesteld. Het BOOST programma werkt slechts voor een maximum van 5 minuten. Het programma kan terug opnieuw gebruikt worden na het wachten van 5 minuten. Belangrijk: het BOOST programma is niet geschikt voor het koken van gerechten zonder water. Gebruik dit programma niet voor het opwarmen van olie (bijv. frituurvet) Belangrijk:
- Het is mogelijk om twee kookzones tegelijk in te stellen voor de "Booster"-functie, zoals blijkt uit afbeelding 3.3.
- Het is niet mogelijk om meer dan twee kookzones (bijv. 3, 4, 5) tegelijk in te stellen voor de "Booster"-functie.
- Als u probeert om de "Booster"-functie in te stellen voor een configuratie die niet mogelijk is (bijv. wanneer de "Booster"-functie reeds ingesteld is voor twee zones), dan zal de elektronica automatisch het maximale toegestane vermogensniveau beheren voor de zone die wordt ingesteld (gedurende enkele seconden een knipperend symbool op het display). Maximum beschikbaar vermogen voor de kookzones De inductiekookplaat bestaat uit twee gedeeltes om het maximale gebruiksvermogen te beheren.
- zones links (gedeelte 1);
- zones midden en rechts (gedeelte 2). De twee gedeeltes kunnen tegelijk worden gebruikt maar het maximale totale vermogen per gedeelte bedraagt 3700 W. Mochten de kookzones van één gedeelte meer nodig hebben dan 3700 W, dan wordt het vermogen van de zone die wordt ingesteld automatisch door de elektronica verminderd tot het resterende beschikbare vermogen. Als dit gebeurt zal de kookzone gedurende enkele seconden een knipperend symbool tonen voordat het nieuwe vermogensniveau automatisch zal worden weergegeven. Hittebeveiliging De inductiekookplaat is uitgerust met veiligheidsmaatregelen die het electronisch systeem beveiligen en die elke kookzone van oververhitting beveiligen. In geval van oververhitting zal een van de volgende functies automatisch gestart worden door het electronisch system:
- BOOST functie wordt gestopt en kookvermogen gereduceerd;
- een of meer kookzones worden uitgeschakeld OFF;
- de koelventilator van de inductiekookplaat wordt gestart. Kinderbeveiliging Indien de inductiekookplaat niet in gebruik is, stel de kinderbeveiliging in om te voorkomen dat kinderen door ongeluk de kookzones inschakelen. Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn OFF draai dan de bedieningsknoppen van de kookzones liks tegelijkertijd naar links (A en hou beide bedieningsknoppen ingedrukt totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Om de kinderbeveiliging uit te zetten, volg dezelfde procedure totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Foutmeldingen op de kookzonedisplay Foutmelding Voorbeeld Wat te doen Erxx of Ex (niet E2 of EH) of display werkt niet
stroom uit 2. Wacht 1 minuut en schakel het fornuis en de kookzones aan. 3. Wacht 1 minuut en indien de foutmelding niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden. 4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt, herhaal stap 1 tot 3. 5. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. E2 of EH E en 2 knipperen afwisselend voor een of meerdere kookzones. Dit betekent dat een of meerdere kookzones overhit zijn. 1. Schakel het fornuis uit en laat het afkoelen. 2. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. E6 of display werkt niet Het fornuis is foutief aangesloten. Het apparaat moet aan de juiste electriciteit aangesloten worden door een erkend technicus. Symbool zoals tekening Dit duidt een onjuiste uitvoering van een of meerdere bedieningsknoppen van de kookzones aan. 1. Draai de bedieningsknop van de kookzone naar 0 (OFF), schakel het fornuis en de electrische stroom uit. 2. Wacht 1 minuut, schakel het fornuis en de kookzones aan. 3. Wacht 1 minuut en indien de foutmelding niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden. 4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt, herhaal stap 1 tot 3. 5.
5. Als het probleem zich blijft voordoen, gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst. Raad voor het veilig gebruik van de kookplaat
- Controleer welke knop de gekozen kookzone bedient voordat u aan de knoppen draait. Het is raadzaam de pan op de kookzone te zetten voordat u deze aan zet, en de pan te verwijderen wanneer het koken klaar is.
- Gebruik pannen met een platte, gladde bodem. Een oneffen of ruwe bodem kan de glaskeramische plaat bekrassen. Controleer of de bodem van de pan schoon en droog is.
- Laat een vochtig deksel niet op de kookplaat liggen.
- Het glaskeramische oppervlak en de pannen moeten schoon zijn. Verwijder alle voedselresten (vooral die van suikerrijk voedsel), vuil, enz. zorgvuldig met afwasmiddel.
- Gebruik geen pannen met een steel die zo lang is dat deze over de rand van de kookplaat uitsteekt, om te voorkomen dat de pan per ongeluk wordt omgestoten. Met deze voorzorg is de pan ook moeilijker te bereiken voor kinderen.
- Buig u niet over de kookplaat wanneer de kookzones in bedrijf zijn.
- Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de keramische kookplaat vallen. Neem de stekker uit het stopcontact als het keramische oppervlak beschadigd is en stel u in verbinding met de servicedienst.
- Leg geen aluminiumfolie of plastic voorwerpen op de kookzones wanneer deze warm zijn.
- Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op. 4 Elektrische multifunktie oven Opgelet: Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand. Algemene kenmerken Zoals zijn naam het zegt, gaat het hier om een oven die specifieke funktionele kenmerken bezit Het is inderdaad mogelijk 8 verschillende funkties te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen. Deze 8 funkties, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:
- Onderweerstand
- Bovenweerstand
- Grillweerstand
- Ringvormige weerstand Opmering: Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C) in de standen en om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen. Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel. Werkingsprincipe Het opwarmen en koken met de MULTIFUNKTIE oven gebeurt als volgt: A) door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand. B) door gedwongen convectie Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht -alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyc/us te hernemen - omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaargekookt worden. Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken. C) door semi-gedwongen convectie De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. D) door straling De warmte wordt door de infra-roodstralen van de grillweerstand uitgestraald. E) door straling en ventilatie De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. F) ventilatie Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid. Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven. Waarschuwing: De deur is heet. Gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen. Thermostaat (fig. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat. Bakstandenschakelaar (fig. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld. ONTVRIEZEN VAN INGEVRO REN VOEDINGSMIDDELEN Enkel werking van de ovenventilator. Te gebruiken met de thermostaatknop op stand "" aar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft. Het ontvriezen gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming. Aangeraden Gebruik: Om snel de ingevroren gerechten te ontvriezen. Ongeveer één uur per kilo. De duur variëert in funktie van de kwaliteit en het soort te ontvriezen voedingsmiddelen. TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 40° tot 300 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue). ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het onderste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 225° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bodem op een hoge temperatuur moet worden verhit. KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine. De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 300° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebraden worden. Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz. OVENSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het bovenste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 250° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bovenkant op een hoge temperatuur moet worden verhit. GRILLEN Het infrarood-verwarmingselement is ingeschakeld. De warmte verspreidt zich via straling. Gebruik het apparaat met gesloten ovendeur en met de thermostaatknop tussen 40 en 225 °C. In de-stand zal de rotisseriemotor worden ingeschakeld. Voor correct gebruik, lees “GEBRUIK VAN DE GRILL” en “GEBRUIK VAN DE ROTISSERIE”. Opmerking Het wordt aangeraden om niet langer dan 60 minuten achter elkaar te grillen. Attentie Tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Aangeraden Gebruik: De grill is te gebruiken voor gerechten die dienen te worden gebraden, opgewarmd, gegratineerd, geroosterd, etc. T KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine. De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 40° en 225° (voor maximaal 30 minuten). De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn. Attentie tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “ROOSTEREN EN GRATINEREN”. Aangeraden Gebruik: Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz. eco ECOFUNCTIE (ENERGIEBESPAREND) Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine. De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid. Deze functie vermindert het energieverbruik van het apparaat en is daarom bijzonder handig voor wanneer u maar 1 rek in gebruik heeft voor het bereiden van een kleine hoeveelheid voedsel. Het is niet nodig om de oven voor te verwarmen. Te gebruiken met gesloten ovendeur. Bereidingstijden kunnen langer zijn dan bij de standaardfuncties. Gebruik deze functie niet om de oven voor te verwarmen. Aangeraden Gebruik: Foods that require gentle cooking. To keep foods hot after cooking. To slowly heat already cooked foods. KOKEN MET WARME LUCHT Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine. De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 300 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn. Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbif, gehele vissen, enz. WARMHOUDEN VAN GEKOOKTE GERECHTEN OF ZACHTJES OPWARMEN VAN GERECHTEM Werking van de bovenweerstand, van de ringvormige weerstand en de turbine. De warmte wordt verspreid door gedwongen convectie, met meer intensiteit op het niveau van de bovenweerstand. De temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 140°C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Om vooraf gekookte gerechten warm te houden. Om zachtjes de reeds gekookte gerechten op te warmen. Draadspit De fornuizen uitgerust met een braadspit. Dit dient om de gerechten aan het spit le braden door middel van het gebruik van de grillbrander. Dit onderdeel bestaat uit:
- 1 elektrische motor, in de achterwand van de oven geplaatst.
- 1 spit uit roestvrij handvat e