Dit artikel legt uit hoe u de CFBI9015 van Boretti gebruikt.
Eerste gebruik van de oven
Volg deze instructies:
- Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk ‘REINIGING EN ONDERHOUD’.
- Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
- Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af. Opgelet Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
- Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven.
- BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
- Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
- Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
- Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
- Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.
- Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt. Veilig omgaan met voedsel Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer. Waarschuwing Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continue toezicht te worden gehouden. Waarschuwing Til het fornuis NIET op met de handgreep.
- Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
- De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina 55.
- Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico’s te voorkomen.
- INDUCTIEKOOKPLATEN
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels mogen niet op de kookplaat geplaatst worden aangezien zij warm kunnen worden.
- Gebruik geen metalen keukenvoorwerpen (zoals opscheplepels). Het is aangeraden om plastieke of houten voorwerpen te gebruiken.
- Gebruik kookpannen met de aanbeveelde diameter (zie minimum diameter van kookpannen) Het is niet aangeraden om kookpannen kleiner dan de kookzone te gebruiken. De kookpannen moeten in het midden van de kookzone geplaatst worden.
- Gebruik geen beschadigde kookpannen of pannen met een ronde bodem.
- Gebruik kookpannen special voor inductiekoken.
- Hou een minimum afstand van de electromagnetische velden door 5-10 cm van de kookzones te staan. Wanneer mogelijk gebruik de kookzones achteraan.
- Magnetische voorwerpen (bijv. kredietkaarten, diskettes, geheugenkaarten) en electronische instrumenten (bijv. computers) mogen niet in de buurt van de inductiekookplaat geplaatst worden.
- Het gebruik van magnetische blikken is verboden! Gesloten blikken kunnen ontploffen door te hoge druk by het opwarmen. Brandgevaar is ook mogelijk met open blikken, omdat de integrale temperatuursbeveiliging hier niet kan werken. Belangrijke waarschuwing De inductiekookplaat voldoet aan de Europese normen voor huishoudapparaten. Dit betekent dat het niet met andere electronische apparaten zou kunnen storen. Personen met een pacemaker of andere electrische inplantingen moeten bij hun dokter navragen of zij een inductiekookplaat kunnen gebruiken en mogelijke storingen met de inplantingen controleren. Energie-etikettering/Ecologisch ontwerp
- Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
- Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
- Norm EN 60350-1 (Elektrische ovens).
- Norm EN 60350-2 (kookplaten: elektrische kookzones en/of -gebieden). Gebruik van het apparaat, energiebesparing tips Oven
- Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
- Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
- We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding. Kookplaten Inductiekookzones en/of -gebieden
- Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
- Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
- Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgerei dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
- Gebruik steeds pannen/koffieketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/koffieketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt. Belangrijk Gebruik geen tussenstukken voor kookpotten/koffieketels. OPGELET – HEEL BELANGRIJK ! Brand/oververhittingsgevaar:
- Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is. Om schade aan het apparaat te voorkomen:
- Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.
- Niet op de kookplaatbescherming blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur steunen. Deze tekening is slechts indicatief Kookplaatbe scherming Handgreep/ handgrepen deur Aanwijzingen voor de installateur Belangrijk
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
- Alle ingrepen moeten uitgevoerd worden wanneer het toestel uitgeschakeld is.
- Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt. 1 Installatie Installatie Voor wat betreft de bescherming tegen de verhitting van de aan het fornuis aangrenzende oppervlakken, moeten de montagecondities conform zijn de aanwijzingen op afb. 1.1. De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur. Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen). Indien het fornuis op een sokkel staat, moet men de juiste afmetingen nemen om te vermijden dat het toestel van de sokkel glijdt. Afb. 1.1 50 mm 500 mm 650 mm 450 mm Opzetplint (op sommige modellen) Assembleer het achterscherm “C” (afb. 1.2) alvorens het fornuis te installeren.
- Het achterscherm “C” vindt u in de verpakking achter het fornuis.
- Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
- Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat.
- Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding
schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien. Afb. 1.2 C B De verstelbare voeten monteren De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen. Leg het fornuis met zijn achterkant op een stuk piepschuim van de verpakking, zodat de onderkant toegankelijk is en de voeten gemonteerd kunnen worden. Afb. 1.3 Het fornuis waterpas zetten Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 1.4). Afb. 1.4 Bewegingssysteem van het fornuis
Waarschuwing
Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manoeuvre (afb. 1.5).
Waarschuwing
Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 1.6).
Waarschuwing
SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 1.7). Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 1.5). Afb. 1.7 Afb. 1.6 Afb. 1.5 Bevestigingssteun
Waarschuwing!
Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen. Om de bevestigingssteun te plaatsen:
de twee schroeven van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afbeelding 1.8.
2. Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde plastieken pluggen in. Belangrijk! Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren.
3. Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.
4. Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 1.8).
5. Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.
6. Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis bevindt. Opgelet! Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd. Afb. 1.8 2 Elektrisch gedeelte Belangrijk De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt. Aansluiting op het elektriciteitsnet
- De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
- het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
- het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
- de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
- het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn. N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van de elektrische voorziening in uw woning groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt. Belangrijk Dit kooktoestel moet worden aangesloten op een geschikte tweepolige schakelaar die in de buurt van het toestel is gemonteerd. Waarschuwing! Het is verplicht het apparaat te aarden. Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel. De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoor- delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde. Aansluiting van de elektrische voedingskabel Let op Indien de voedingskabel beschadigd is, mag deze uitsluitend vervangen worden door een vertegenwoordigde operator van de Servicedienst om eventuele risico’s te vermijden.
- Open het toegangsplaatje door de twee schroeven “A” los te draaien. (afb. 2.1).
- Maak schroef “D” los en open de kabel klem “E” in zijn geheel (afb. 2.2).
- Verbind de aansluitingen met klemhouder “F” (afb. 2.2) volgens het schema in afb. 2.3.
- Sluit de fase-, nul- en aardedraden aan op het aansluitblok “G” volgens het schema in afb. 2.3.
- Blokkeer de kabel met de kabel klem “E” (door het vastschroeven van schroef “D”).
- Sluit het toegangsplaatje (controleer of de twee schroeven goed zijn vastgedraaid). Belangrijk Om de voedingskabel aan te sluiten, kan u de schroeven van het toegangsplaatje achter het klemmenbord NIET LOSDRAAIEN. Belangrijk De aardingsgeleider moet ongeveer 3 cm langer zijn dan de andere kabels. Doormeter van de voedingsdraad “Type H05RR of H05VV-F” 230 V ac 3 x 6 mm² (**) 400 V 3N ac 5 x 2,5 mm² (**) 400 V 2N ac 4 x 6 mm2 (**) (**) Rechtstreekse aansluiting op een elektrische muurdoos
- Gelijktijdigheidsfactor van toepassing.
- Alle aansluitingen dienen gedaan te worden door een erkend installateur. Advies voor de gebruikers 1 Kooktafel Afb. 1.1 2 2 1 1 3 4 5 5 Kookzones
1. Inductie kookzone Multizone Normaal vermogen: 1600 W
Maximaal ‘BOOST’ vermogen: 1850 W
2. Inductie kookzone Multizone Normaal vermogen: 2100 W
Maximaal ‘BOOST’ vermogen: 3000 W
3. Inductie kookzone Ø 250 mm Normaal vermogen: 2300 W
Maximaal ‘BOOST’ vermogen: 3000 W
4. Kookzonedisplay 5. “Brug”-functie: wanneer deze is ingeschakeld worden de kookzones 1 en 2 aan elkaar gekoppeld tot één enkele grote zone - maximaal 3700 W. Opmerking Het normale en maximale vermogen kan veranderen afhankelijk van de grootte en materiaal van de kookpan op the kookplaat. Aandacht Indien u een barst op de glasplaat vaststelt, schakelt u meteen de elektrische stroom uit en contacteert u de servicedienst. Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en desksels op de kookplaat aangezien zij heet kunnen worden. 2 Bedieningspaneel 8 7 6 5 4 3 2 1 TO Afb. 2.1 9 Beschrijving van de bedieningsknoppen
1. Bedieningsknop kookplaat rechtsvoor
2. Bedieningsknop kookplaat rechtsachter
3. Bedieningsknop kookplaat midden
4. Bedieningsknop kookplaat linksachter
5. Bedieningsknop kookplaat linksvoor
6. Thermostaatknop
7. Keuzeknop voor de bediening van de oven
8. Elektronische klok/programmeur
Controlelampje:
9. Controlelampje oventhermostaat
Ventilatiemotor voor koeling
Dit toestel beschikt over een veilige koeling dankzij de ventilatiemotor, waardoor een optimale efficiëntie van het controlepaneel wordt bereikt, de oppervlaktetemperatuur lager blijft en de interne componenten worden afgekoeld. De ventilatiemotor voor koeling wordt automatisch ingeschakeld wanneer de oven of de grillbrander worden aangezet. Deze kan (enkele minuten) blijven werken, ook nadat de oven of grillbrander werden uitgeschakeld. Deze periode hangt af van de baktemperatuur en -duur. 3 Gebruik van de inductiekookplaat De vitrokeramische kookplaat is uitgerust met inductiekookzones. Deze zones, getoond door middel van geschilderde grafische elementen op het keramisch oppervlak, worden geregeld door aparte bedieningsknoppen op de display. Vooraan in het midden van de kookplaat duidt de display (bestaande uit 5 verlichtte cijfers - één voor elke zone - het volgende aan: Afb. 3.1 = Kookzone OFF niet ingeschakeld = Kookzone ON (ingeschakeld maar niet in werking) Indien alle zones in nul staan, gaat de display vanzelf uit (kookzones OFF) na ongeveer 10 seconden. = Instellen van vermogen = Functie “snelkoken” = Functie “BOOST” - koken op maximale sterkte = Indicator voor de overblijvende warmte = Indicator voor het herkennen van de kookpan = Kinderbeveiliging = “Brug”-functie Opmerking Elk verlicht cijfer verwijst naar de respectieve kookzone. Inductiekooksysteem Zodra u een inductiekookzone aanzet en een kookzone kiest, gaan de elektronische schakelingen inductiestromen produceren die onmiddellijk de bodem van de pan opwarmen en de warmte doorgeven aan het gerecht. Op die manier is er bijna geen energieverlies tussen de kookplaat en het gerecht. Uw inductiekookplaat werkt alleen indien de juiste kookpan met juiste kenmerken op een kookzone wordt geplaatst. Gelieve hiervoor “KOOKGEREI/KOFFIEPOT VOOR INDUCTIE” te raadplegen. Indien de indicator voor het herkennen van de kookpan op de display verschijnt is uw kookpan niet geschikt en zal uw inductiekookplaat niet werken. Indien na 10 minuten geen kookpan herkend is, zal de kookzone automatisch uitgeschakeld worden en kan alleen ingeschakeld worden nadat de bedieningsknop terug op “0” (OFF) staat. Indicator voor overblijvende warmte Wanneer de kookzone nog heet is, zal de respectievelijke indicator voor overblijvende warmte op de display in werking zijn om u voor het hete oppervlak opmerkzaam te maken. Raak de kookzone van de kookplaat niet aan. Let vooral op kinderen. Wanneer de op de display verlicht is, is het mogelijk om opnieuw te beginnen koken. Stel de bedieningsknop op het gewenste vermogen in. Kookgerei/koffiepot voor inductie De inductieplaat WERKT ENKEL indien u het juiste kookgerei, geschikt voor inductie gebruikt (aangegeven door een inductie symbool op de onderkant van het kookgerei/koffiepot). Het gebruik van ongeschikt kookgerei kan schade berokkenen aan het toestel. De onderkant van het kookgerei moet magnetisch zijn OVER DE HELE OPPERVLAKTE om het elektromagnetisch veld dat nodig is voor het verhittingsproces te kunnen voortbrengen (dit wil zeggen dat een trekijzer moet blijven kleven op de onderkant van het kookgerei en dit over de hele oppervlakte). Kookgerei/koffiepotten vervaardigd uit het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Glas, hout, porcelain, keramiek, aardewerk;
- Puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem. Controleren of een pan/kookpot/koffiepot geschikt is of niet:
- Test de bodem van de kookpan met een magneet; indien de magneet kleeft, is de kookpan geschikt.
- Indien een magneet niet beschikbaar is, vul de kookpan met een kleine hoeveelheid water and plaats op een kookzone. Schakel de kookzone in: indien het symbol (indicator voor het herkennen van de kookpan) verschijnt op de kookzonedisplay (in plaats van het kookvermogen), is de pan niet geschikt. Belangrijk Gebruik geen inductieschijf; dit kan oververhitting en mogelijks schade aan het toestel veroorzaken. Belangrijke opmerking The kookzones zullen niet werken indien de diameter van de kookpan te klein is ( indicator voor het herkennen van de kookpan zal verschijnen op de kookzonedisplay). Om de kookzones correct te gebruiken, volg de aanwijzigingen in de tabel: Inductiekookzone Minimum aanbeveelde diameter van kookpan (raadpleeg de onderkant van de kookpot/ koffiepot) Multizone (niet aan elkaar gekoppeld) 120 mm Multizone (aan elkaar gekoppeld) 230 mm Kookzone Ø 250 mm 145 mm Belangrijk Manches Kochgeschirr, das auf dem Markt erhältlich ist, kann von minderwertiger Qualität sein oder einen wirksamen ferromagnetischen Bereich besitzen, der aber einen wesentlich kleineren Durchmesser aufweist als der Topf selbst. Vermeiden Sie die Verwendung derartiger Kochgeschirre, da die Induktionskochfläche möglicherweise nicht ordnungsgemäß funktioniert oder beschädigt werden kann. Vorsicht Die Pfanne/Kaffeekanne muss immer in die Mitte des Kochfeldes gestellt werden. Let op De pan / koffiepot moet altijd in het midden van de kookzone worden geplaatst. Aandacht Als u een grillpan gebruikt, kies dan niet voor de maximumstand gedurende een te lange periode, de pan kan misvormen door de hitte. Gebruik steeds en pan met dikke bodem. U mag kookgerei gebruiken die groter is dan de zone zelf, maar deze mag de andere zones niet raken. Gebruik steeds kookgerei met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen kookgerei met concaaf of convex bodem; dit kan oververhitting van de zone veroorzaken. Nota Bepaald kookgerei kan geluid maken wanneer deze gebruikt worden op een inductie plaat. Dit betekent niet dat er een panne is en zal de kookprocedure niet beïnvloeden. Bedieningsknoppen Elke kookzone kan worden ingesteld met een individuele bedieningsknop die op het controlepaneel staat. Het koken wordt geregeld door een elektronisch systeem. Indien een kookzone niet uitgeschakeld is (OFF), zal het elektronisch systeem deze automatisch uitschakelen na een vooropgestelde tijd die afhankelijk is van het kookvermogen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Afb. 3.2 Tijdslijmit van de kookzones Elke kookzone wordt automatisch uitgeschakeld OFF na een maximaal vooropgestelde tijd indien het product niet in werking is. De maximaal vooropgestelde tijd is afhankelijk van het kookvermogen, zoals aangeduid in dit schema. Bij elk gebruik van de knoppen van de kookplaat zal de maximaal vooropgestelde tijd naar de beginwaarde herzet worden. Kookvermogen van de koozones Tijdslimiet 360 minuten 360 minuten 300 minuten 300 minuten 240 minuten 90 minuten 90 minuten 90 minuten 90 minuten 10 minuten 1 ÷ 9 Kookvermogen Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee tot aan het gewenste kookvermogen tussen 1 (minimum) en 9 (maximum). Het kookvermogen kan op eender welk moment veranderd worden door de bedieningsknop met de wijzers van de klok of tegen de wijzers van de klok naar een ander kookvermogen te draaien. De kookzonedisplay zal het geselecteerde kookvermogen tonen. VOORBEELDEN VAN KOOKVERMOGENS 0 Kookzone niet in werking 1 tot 2 Smelten Opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine Gerechten op voorhand bereid 2 tot 3 Sudderen Ontdooien Rijst, pudding, suikersiroop Gedroogde groenten, vis, bevroren producten 3 tot 4 Stomen Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Water Gestoomde aardappelen, soepen, pasta, verse groenten 6 tot 7 Medium koken Sudderen Vlees, lever, eieren, worstjes Goulash, rollade, pens 7 tot 8 Koken Aardappelen, gerechten in beslag, wafeltjes 9 tot P Frituren, roosteren Water koken Biefstuk, omeletten, gefrituurde gerechten Water “Brug”-functie (uitbreidbare maximale zone) Deze functie kan worden gebruikt om de twee zones 1 en 2 in “Brug”- modus aan elkaar te koppelen, om een uitgebreide maximale zone te realiseren die ideaal is voor het gebruik van grote, rechthoekig pannen of speciale vispannen. Deze functie inschakelen:
- Draai de twee regelknoppen van de geselecteerde kookzones rechtsom naar de hoogste warmteinstelling 9.
- Draai beide knoppen tegelijk naar en houd vast totdat op de display’s van de kookzones verschijnt en de display’s stoppen met knipperen.
- Op het display van de voorste kookzone wordt de warmteinstelling getoond. Op het display van de achterste kookzone wordt getoond.
- Het vermogensniveau kan op elk moment worden gewijzigd door de voorste kookzone te selecteren en vervolgens een nieuw niveau in te stellen.
- Om de “Brug”-functie uit te schakelen draait u beide regelknoppen terug naar "0". Indien geen pan wordt gedetecteerd Indien geen pan wordt gedetecteerd op de achterste kookzone, wordt op het display van de voorste kookzone de geselecteerde instelling getoond, terwijl het display van de achterste kookzone afwisselend en toont. Indien geen pan wordt gedetecteerd op de voorste kookzone, wordt op het display van de voorste kookzone het symbool getoond, terwijl het display van de achterste kookzone afwisselend de geselecteerde instelling en toont. Indien na 10 minuten geen pan wordt gedetecteerd:
- de brugfunctie zal worden uitgeschakeld.
- de kookzone waarop geen pan wordt gedetecteerd blijft tonen.
- op de andere kookzone zal verder worden gekookt op de geselecteerde warmteinstelling. Functie ‘Snelkoken’ Draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in tot aan “A” en laat de bedieningsknop los (na de “beep”); het respectievelijke symbool zal verschijnen. Draai de bedieningsknop binnen 10 seconden tot aan het gewenste kookvermogen (tussen 1 en 9); eenmaal het kookvermogen geselecteerd is, zullen en het geselecteerde kookvermogen afwisselend knipperen op de kookzonedisplay. Deze functie laat de kookzone toe om op maximum vermogen (100%) te werken gedurende een bepaalde tijd die afhangt van het kookvermogen. Deze functie is beschikbaar op alle kookzones. Gedurende het snelkoken is het mogelijk om op eender welk moment het geselecteerde kookvermogen hoger in te stellen, maar het is niet mogelijk om het te verlagen; door de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in te draaien naar een lager kookvermogen zal de functie uitgeschakeld worden. Deze functie zal ook uitgeschakeld worden indien de bedieningsknop op “0” (OFF) ingesteld wordt of indien de ‘BOOST’ functie gekozen wordt. Opmerking Indien de kookpan van de kookzone wordt verwijderd voordat het kookprogramma is beëindigd, kan de functie ‘snelkoken’ vervolledigd worden met de overgebleven tijd indien de kookpan terug op de kookzone wordt gezet binnen 110 minuten. Functie ‘Boost’ - koken op maximale sterkte Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee om het maximale kookvermogen (9) in te stellen. Draai dan de bedieningsknop met de wijzers van de klok tot “P” and laat de bedieningsknop los (na de “beep”). De bedieningsknop stelt zich automatisch in op het maximale kookvermogen (9) and het respectievelijke symbool verschijnt op de kookzonedisplay. Het BOOST programma is nu in werking. Deze functie laat de kookzone toe om op maximale sterkte (hoger dan normal vermogen) te werken voor een maximum van 5 minuten. Dit kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een grote hoeveelheid water snel op te warmen. Om deze functie uit te schakelen, draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in naar een lagere leistungsstufe of naar “0” (OFF). BOOST wordt ook uitgeschakeld door de bedieningsknop opnieuw naar “P” te draaien; in dit geval zal de kookzone werken op kookvermogen 9. Opmerking Indien een kookzone nog warm is, is het niet mogelijk om de BOOST functie te gebruiken. Indien u dit probeert aan te zetten, zal knipperen. De kookzone wordt automatisch op het maximum kookvermogen 9 ingesteld. Het BOOST programma werkt slechts voor een maximum van 5 minuten. Het programma kan terug opnieuw gebruikt worden na het wachten van 5 minuten. Belangrijk Het BOOST programma is niet geschikt voor het koken van gerechten zonder water. Gebruik dit programma niet voor het opwarmen van olie (bijv. frituurvet) Belangrijk
- Het is mogelijk om twee kookzones tegelijk in te stellen voor de “Booster”-functie, zoals blijkt uit afbeelding 3.3.
- Het is niet mogelijk om meer dan twee kookzones (bijv. 3, 4, 5) tegelijk in te stellen voor de “Booster”-functie.
- Als u probeert om de “Booster”-functie in te stellen voor een configuratie die niet mogelijk is (bijv. wanneer de “Booster”- functie reeds ingesteld is voor twee zones), dan zal de elektronica automatisch het maximale toegestane vermogensniveau beheren voor de zone die wordt ingesteld (gedurende enkele seconden een knipperend symbool op het display). Abb. 3.3 P P P P P P P P P P Maximale beschikbaar vermogen voor de kookzones De inductiekookplaat bestaat uit twee gedeeltes om het maximale gebruiksvermogen te beheren.
- zones links (gedeelte 1);
- zones midden en rechts (gedeelte 2). De twee gedeeltes kunnen tegelijk worden gebruikt maar het maximale totale vermogen per gedeelte bedraagt 3700 W. Mochten de kookzones van één gedeelte meer nodig hebben dan 3700 W, dan wordt het vermogen van de zone die wordt ingesteld automatisch door de elektronica verminderd tot het resterende beschikbare vermogen. In solch einem Fall blinkt auf dem Kochfeld für einige Sekunden die Leistungsstufe, bevor dann automatisch die neue Zahl angezeigt wird. Bereich 2 Bereich 1 Hittebeveiliging De inductiekookplaat is uitgerust met veiligheidsmaatregelen die het electronisch systeem beveiligen en die elke kookzone van oververhitting beveiligen. In geval van oververhitting zal een van de volgende functies automatisch gestart worden door het electronisch system:
- BOOST functie wordt gestopt en kookvermogen gereduceerd;
- een of meer kookzones worden uitgeschakeld OFF;
- de koelventilator van de inductiekookplaat wordt gestart. Kinderbeveiliging Indien de inductiekookplaat niet in gebruik is, stel de kinderbeveiliging in om te voorkomen dat kinderen door ongeluk de kookzones inschakelen. Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn OFF draai dan de bedieningsknoppen van de kookzones liks tegelijkertijd naar links (A en hou beide bedieningsknoppen ingedrukt totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Om de kinderbeveiliging uit te zetten, volg dezelfde procedure totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Foutmeldingen op de kookzonedisplay Code erreur Voorbeeld Maatregelen Erxx (niet E2 of EH) of display werkt niet
1. Schakel het fornuis en de electrische stroom uit
2. Wacht ongeveer 1 minuut, sluit het fornuis weer aan en schakel de kookzones in.
3. Wacht ongeveer 1 minuut en indien het foutbericht niet meer verschijnt, kunnen de kookzones gebruikt worden.
4. Als het foutbericht niet verdwijnt, herhaal stap 1 tot 3.
5. Als het probleem blijft bestaan, gebruik het inductiefornuis niet (alleen de oven) en neem contact op met een bevoegde klantenservice. E2 of EH E en 2 knipperen afwisselend voor een of meerdere kookzones. Dit wijst op een oververhitting van de kookzone/s.
1. Schakel de kookzone/s uit en laten afkoelen.
2. Als het probleem blijft bestaan, gebruik het inductiefornuis niet (alleen de oven) en neem contact op met een bevoegde klantenservice. E6 of display niet functioneert De fornuis is verkeerd aangesloten. Het apparaat moet door een gekwalificeerde technicus op de juiste stroombron aangesloten worden. Symbool zoals op de tekening\Dit wijst op een verkeerde werking van een of meerdere bedieningsknoppen van de kookzones.
1. Breng de bedieningsknoppen van de kookzones in de stand 0 (Off), schakel\vervolgens het fornuis uit en koppel het los van het net.
2. Wacht ongeveer 1 minuut, sluit vervolgens het fornuis weer aan en schakel de kookzones in.
3. Wacht ongeveer 1 minuut en indien het foutbericht niet meer verschijnt, kunnen de kookzones gebruikt worden.
4. Als het foutbericht niet verdwijnt, herhaal stap 1 tot 3.
5. Als het probleem blijft bestaan, gebruik het inductiefornuis niet (alleen de oven) en neem contact op met een bevoegde klantenservice.
Kookplaten
Inductiekookzones en/of -gebieden
- Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
- Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
- Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgerei dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
- Gebruik steeds pannen/koffieketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/koffieketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt. Belangrijk Gebruik geen tussenstukken voor kookpotten/koffieketels. OPGELET – HEEL BELANGRIJK ! Brand/oververhittingsgevaar:
- Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is. Om schade aan het apparaat te voorkomen:
- Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.
- Ni