Dit artikel gaat over de garantie en milieu-informatie van de BV-89 van Boretti.
De fabrikant is niet aansprakelijk als u dit apparaat aansluit op een niet-geaarde netspanningsaansluiting. U ruikt mogelijk iets als u het apparaat voor het eerst inschakelt. Deze geur verdwijnt als het apparaat begint te koelen. DEEL 2: GEBRUIK VAN DE VRIEZER Thermostaatinstellingen Supervrieskno Supervries- Thermostaatknop controlelampje Netspanningslampje Alarmindicatielampje De thermostaat van de vriezer regelt automatisch de temperatuur in de vakken. Door de knop in de richting van 1 naar 3 te draaien, wordt de temperatuur lager. In de stand "0" is de vriezer uitgeschakeld en wordt het interieur niet gekoeld. Thermostaatinstellingen van de vriezer; 0 : Het apparaat is uitgeschakeld.
5 : Zet de knop tussen de minimumstand en een gemiddelde waarde voor kortstondige opslag van voedsel in de vriesruimte. : Zet de knop op een gemiddelde waarde voor het langdurig bewaren van voedsel in de vriesruimte. : Voor het invriezen van vers voedsel. Het apparaat koelt harder. Invriezen met de supervriesfunctie (SF-knop): Druk op de SF-knop om de vriezer continu maximaal te laten koelen (het SF-controlelampje licht oranje op als u de SF-knop heeft ingedrukt). De temperatuur in de vriezer wordt verlaagd en de vriezer zal de laagst mogelijke temperatuur proberen te bereiken. Plaats het in te vriezen voedsel snel in de vriezer, bij voorkeur in één van de bovenste vakken. Schakel de SF-knop weer uit als het voedsel eenmaal is ingevroren, en zet de thermostaatknop in de door u gewenste stand.
⚠ Let op: de omgevingstemperatuur, de temperatuur van het in te vriezen voedsel en hoe vaak u de deur opent, hebben invloed op de temperatuur in de vriezer en in de vriesvakken. Pas zo nodig uw temperatuurinstelling aan. Bedieningspaneel Supervrieslampje (SF-lampje): licht oranje op als u de SF-knop heeft ingedrukt. Netspanningslampje: licht vanzelf groen op als het apparaat op de netspanning is aangesloten. Alarmindicatielampje: licht rood op als de temperatuur in de vriezer te veel stijgt. DEEL 3: VOEDSEL BEWAREN In de vriesvakken kunt u ijsblokjes maken, vers voedsel invriezen en diepvriesproducten bewaren tot de op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatum. • Voor het invriezen van vers voedsel geldt: verpak de levensmiddelen goed, dat wil zeggen in een luchtdichte en lekvrije verpakking. Ideaal zijn speciale diepvrieszakjes, aluminiumfolie (voldoende dik, bij twijfel in twee lagen verpakken), polyetheen zakjes en plastic bakjes. • Laat de in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met het ingevroren vriesgoed. • Schrijf altijd de datum en de inhoud op de verpakking, en bewaar ze niet langer dan de aanbevolen bewaarduur. • Als de stroom uitvalt of als de vriezer defect raakt, zullen de vriesvakken nog enige tijd koud genoeg blijven om de levensmiddelen goed te houden. Laat in die gevallen de deur van de vriezer zo veel mogelijk dicht, om de temperatuur niet onnodig snel te laten stijgen. • De maximale invriescapaciteit van de vriezer voor verse levensmiddelen, staat vermeld op het typeplaatje (zie bij Invriescapaciteit / Freezing Capacity). • Doe nooit warm voedsel in de vriesvakken. • Let op bij het kopen en opbergen van diepvriesproducten: de verpakking mag niet zijn beschadigd! De bewaarduur en de aanbevolen bewaartemperatuur voor diepvriesproducten staat op hun verpakking. Volg de aanwijzingen van de producent voor het bewaren en het gebruik. Staat er niets op de verpakking, bewaar diepvriesproducten dan nooit langer dan 3 maanden. • Plaats diepvriesproducten na aankoop zo snel mogelijk in de vriezer. • Ontdooide levensmiddelen mag u niet opnieuw invriezen; u moet ze zo snel mogelijk bereiden voor consumptie. Eventueel mag u ze ná het bereiden wel weer invriezen. • IJsblokjes maakt u door het bakje met water te vullen en in een vriesvak te zetten. Als het water eenmaal volledig is bevroren, kunt u de ijsblokjes op de hieronder getoonde manier uit het bakje halen door het bakje te 'verdraaien', niet door het bakje te 'breken'! Opslagruimte: Wilt u de inhoud van de vriezer ten volle benutten? Verwijder dan de lades uit de vriezer en plaats de producten direct op de koelbuizen. Op deze manier kunt u de volledige inhoud van het vriesvak benutten. DEEL 4: REINIGEN EN ONDERHOUD • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u begint met schoonmaken. • Giet geen water over het apparaat. • Maak de losse delen afzonderlijk schoon met een mild sopje. Doe ze niet in de vaatwasser. • Gebruik geen schuurmiddelen, vetoplossers of krachtige zeep. Neem alle oppervlakken na het reinigen af met schoon water en maak alle delen zorgvuldig droog. Maak na het schoonmaken eerst uw handen drog,, en steek dan pas de stekker weer in het stopcontact! De vriezer ontdooien: WAARSCHUWING: Gebruik bij het ontdooien nooit scherpe metalen voorwerpen, te voorkomen dat u het koelcircuit beschadigt. Na verloop van tijd kan er zich ijs afzetten op bepaalde delen van de vriezer. Verwijder deze ijsaanslag in de vriezer regelmatig (gebruik hiervoor eventueel de plastic schraper, indien meegeleverd). Volledig ontdooien is pas noodzakelijk als de ijslaag dikker wordt dan 3-5 mm. Bij zo'n dikke ijslaag neemt namelijk het energierendement van de vriezer af. • Zet de dag voordat u gaat ontdooien de thermostaat op "5" om alle levensmiddelen goed koud te maken. • Wikkel de diepgevroren levensmiddelen tijdens het ontdooien van de vriezer in een aantal lagen papier en bewaar ze op een koele plaats. Desondanks zal de temperatuur van die levensmiddelen stijgen zodat u ze minder lang kunt bewaren. Denk eraan om deze levensmiddelen niet al te lang meer te bewaren voordat u ze consumeert. • Zet de thermostaatknop op "0" en trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact. • Laat de deur open staan om het ontdooien te versnellen. Verwijder het dooiwater uit de vriezer. • Dit apparaat beschikt over een speciaal dooiwaterafvoersysteem.
aan.
2. Trek het afvoerpijpje (B) uit de groef in de achterkant van de vriezer. Plaats het pijpje vervolgens in de groef aan de voorkant in de bodem van de vriezer.
3. Als er dooiwater op de bodem van de vriezer achterblijft, ruim dit dan op met een spons. • Reinig de binnenkant van de vriezer handmatig met een lauw sopje. Gebruik nooit schuurmiddelen of agressieve reinigingsmiddelen • Maak de binnenkant van het apparaat droog, steek de stekker weer in het stopcontact en zet de thermostaat op "5". Na 24 uur kunt u de thermostaatknop terugdraaien naar de door u gewenste stand. DEEL 5: STORINGEN VERHELPEN ZONDER EEN MONTEUR TE BELLEN Als uw vrieskast niet goed werkt, controleer dan eerst of het probleem te maken heeft met één van de onderstaande oorzaken die makkelijk te verhelpen zijn. Het apparaat doet het niet, controleer de volgende punten: • • • Is de stroom uitgevallen? Zit de stekker goed in het stopcontact? Staat de thermostaat misschien op "0"? Werkt het stopcontact wel? Kijk of een ander elektrisch apparaat wél werkt als u hem in het stopcontact van de vrieskast steekt. Het apparaat vriest niet goed, controleer de volgende punten: • • • Heeft u te veel producten (tegelijk) in de vriezer geplaatst? Sluit de deur wel goed? Is er voldoende ventilatiecapaciteit, ook in het inbouwmeubel? Raadpleeg de installatiehandleiding. Het apparaat maakt lawaai: Het koelmiddel kan tijdens het circuleren wat geluid maken (een borrelend geluid) zelfs als de compressor niet is aangeslagen. Dit is normaal. Maakt de vrieskast andere geluiden, controleer dan de volgende punten: • Is het apparaat stevig bevestigd volgens de instructies in de handleiding? Staat er iets op of tegen het apparaat dat trilt? Als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt (bijvoorbeeld als u op vakantie gaat), zet dan de thermostaat op "0". Ontdooi en reinig de vriezer en laat de deur op een kier staan om schimmelvorming en het ontstaan van geurtjes te voorkomen. DEEL 6: DE ONDERDELEN VAN HET APPARAAT 1) THERMOSTAATKNOP 2) VRIESVAKDEKSEL 3) VRIESLADE 4) ONDERSTE VRIESLADE 5) VOETJE/SCHARNIER ① ε Deze Abbildung dient lediglich der Veranschaulichung. Die Teile und Komponenten können je nach Modell variieren. 1) Thermostatregler 2) Gefrierfach (Klappe) 3) Gefrierfächer (Schubfächer) 4) Gefrierfach (unteres Schubfach) 5) Untere Gerätefüße