Dit artikel legt uit hoe u de BGG 38 BGGW 38 BGG 70 BGG 90 van Boretti gebruikt.
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
Waarschuwingen
Altijd controleren of de knoppen in de positie "gesloten" (zie afbeelding 1 - afbeelding 1/A) staan wanneer het toestel niet werkt. Voor de kookvlakken uitgerust met een thermokoppel (veiligheidsventiel), als de vlam per ongeluk uitgaat, onderbreekt het veiligheidsventiel, na enkele seconden, automatisch de gastoevoer van gas. Om de werking te herstellen, de knop terugbrengen naar het ontstekingspunt (grote vlam, afbeelding 1 afbeelding 1/A) en indrukken. Tijdens het koken met vetten en oliën, moet men bijzonder aandachtig zijn want, indien zij oververhit worden, kunnen zij in brand schieten. Geen verstuivers gebruiken in de buurt van het toestel in werking. Op de branders mag men geen onstabiele of vervormde braadpannen zetten om ongelukken wegens omstoten of overlopen te vermijden. Ervoor zorgen dat de handvatten van de braadpannen juist geplaatst zijn. Wanneer men de brander aansteekt, controleren of de vlam regelmatig is; vooraleer kookpotten te verwijderen, de vlam altijd verminderen of uitdoen.
REINIGING
Vóór elke schoonmaakbeurt, de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet uitschakelen. Maak het product nooit schoon met reinigingmethodieken door middel van stoom. Het is aangeraden te reinigen als het toestel koud is.
Glasplaat en geëmailleerde delen
De glasplaat en de geëmailleerde delen moeten met een doekje en een sopje of met een licht afwasmiddel worden schoongemaakt. Gebruik geen schuur- of bijtende middelen. Voorkom dat stoffen zoals citroensap, tomaat, zoutwater, azijn, koffie en melk lang in aanraking komen met de geëmailleerde oppervlakken.
Branders en roosters
Deze delen mogen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. De branders moeten schoongemaakt worden met een spons, water en zeep of met een lichte detergent, daarna goed afgedroogd worden en terug op de juiste plaats gezet worden. Controleren of de verspreidingskanalen voor de vlammen niet verstopt zitten. Controleren of de sonde van het veiligheidsventiel en de ontstekingselektrode goed proper zijn om een optimale werking te garanderen. De roosters mogen in een vaatwasmachine gewassen worden.
Gaskranen
Het eventuele smeren van de kranen moet uitsluitend uitgevoerd worden door gespecialiseerd personeel. Als de gaskranen moeilijk beginnen te draaien of een abnormale werking vertonen, contact opnemen met de dienst na verkoop.