BGKN 60 / BGKN 60 BP BGKN 75 / BGKN 75 BP BGKN 90 / BGKN 90 BP - Montage-instructies

  • Bijgewerkt

Dit artikel legt uit hoe u de BGKN 60 / BGKN 60 BP BGKN 75 / BGKN 75 BP BGKN 90 / BGKN 90 BP van Boretti in elkaar zet.

INSTRUCTIES VOOR INSTALLATEUR

INSTALLATIE

Montage van het kookvlak. Het toestel is vervaardigd om ingebouwd te worden in meubels die warmtebestendig zijn. De wanden van de meubels moeten bestand zijn tegen een temperatuur van minstens 90°C. Het toestel is van het type “Y”, dit wil zeggen dat het geïnstalleerd mag worden met één enkele laterale wand, rechts of links van het kookvlak. Vermijd de installatie van het toestel in de nabijheid van ontvlambare materialen zoals gordijnen, keukenhanddoeken, enz... Een opening maken, in het blad van het meubel, met de afmetingen aangeduid in figuur 3; daarbij moet men een afstand houden van de randen van de inrichting van ten minste 100 mm van de zijwanden en 50 mm van de achterwand. MODEL L (mm) P (mm) 550 470 700 480 860 480 In geval van aanwezigheid van een muurkast boven het kookvlak, moet men een minimale afstand van 760 mm tussen het meubel en het werkblad voorzien. Het is aanbevolen het toestel te isoleren van het meubel dat er zich onder bevindt, door middel van een separator en een depressie-ruimte van minstens 10 mm (figuur 4). Installatie van het kookvlak Ieder kookvlak is voorzien van een speciale dichting. Bovendien wordt een reeks haken geleverd, die gebruikt moeten worden om de plaat te bevestigen. Afhankelijk van het type bodem wordt het geschikte type bevestigingshaak geleverd (haak A of haak B). Handel als volgt voor de installatie: Verwijder de roosters en branders van het kookvlak. Draai het toestel om en breng dichting S langs de buitenrand aan (fig. 5). Breng het kookvlak in de opening aan die in het meubel is gemaakt en zet hem vast met de schroeven V van de bevestigingshaken G (fig. 6/6A). Installatie van de ruimte Dit toestel is niet uitgerust met een evacuatiesysteem voor de producten van de verbranding; het is dus noodzakelijk de rook naar buiten te evacueren met behulp van een dampkap of een elektrische ventilator die geactiveerd wordt telkens men het toestel gebruikt. De ruimte waarin het toestel geïnstalleerd wordt, moet een natuurlijke luchtaanvoer hebben voor de regelmatige verbranding van gas en de ventilatie van de ruimte: het nodige volume lucht mag niet kleiner zijn dan 20 m³. De luchttoevoer moet gebeuren door een permanente opening, aangebracht in de muren van de kamer en die voor een verbinding naar buiten zorgt. De ventilatie kan ook afkomstig zijn van een aangrenzende kamer. In dat geval de desbetreffende geldende normen respecteren. De openingen moeten een minimale doorsnede hebben van 200 cm². Gasaansluiting Zich ervan vergewissen dat het toestel geschikt is voor het beschikbare type gas; om dat te weten kijk naar het etiket onderaan op het toestel of naar het etiket op de laatste pagina van deze handleiding. Handel overeenkomstig de instructies vermeld in de paragraaf "gastransformaties en instellingen" voor de eventuele aanpassing aan verschillende gassen. Het toestel moet aangesloten worden op de gasinstallatie met behulp van harde metalen buizen of van stalen flexibele leidingen met continue wand conform de geldende normen. De gasingang-aansluiting van het toestel is van schroefdraad voorzien: gas cilindervorming mannelijk (figuur 7). De aansluiting mag de gasinlaatbuis niet belasten. Eens de installatie voltooid, controleer de dichtheid van de verbindingen met een zeepoplosing. Elektrische aansluiting De aansluiting op het elektrische net moet uitgevoerd worden door geschoold personeel overeenkomstig de geldende normen. De spanning van de elektrische installatie moet overeenstemmen met die vermeld op het etiket dat zich onderaan op het toestel bevindt. Controleren of de installatie uitgerust is met een doeltreffende massa-aansluiting (“terre”) overeenkomstig de normen en wettelijke bepalingen. De massaaansluiting is verplicht. Als het toestel geen stekker heeft, op de voedingskabel een genormaliseerde stekker aanbrengen. Voor de elektrische aansluiting (in het geval van overbelasting van cat. III) moet conform de installatienormen gebruik worden gemaakt van een schakelaar dat de aansluiting met het elektrische net onderbreekt. Hierbij moet de afstand tussen de contacten groot genoeg zijn om de totale onderbreking met het net te garanderen.

Was dit artikel nuttig?

Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Geen antwoord op je vraag gevonden?