Dit artikel legt uit hoe u de BIK-38 van Boretti gebruikt.
Bedieningspaneel
Timer toets
Indicatie lampje
Vergrendeling toets Vergrendeling lampje Timer 088 + BOOSTER 08日 BOOSTER + [-] toets [+]/ Booster toets aan/uit toets Aanduiding vermogen Gebruik van het apparaat Tiptoetsen Uw apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Druk niet op meerdere toetsen tegelijk. Display Naam Functie 0 Nul De kookzone is geactiveerd 1...9 Vermogensstand Selecteren van de kookstand Pandetectie Geen pan of ongeschikte pan Snelle opwarming Automatisch koken Foutmelding Elektronische fout Restwarmte De kookzone is warm Booster Het booster-vermogen is geactiveerd Ventilatie Het koelsysteem werkt volledig automatisch. De koelventilator begint met een lage snelheid wan- neer de calorieën die door het elektronisch systeem worden geproduceerd een bepaald niveau bereiken. De ventilator begint pas snel te draaien zodra de kookplaat intensief wordt gebruikt. De koelventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronisch circuit voldoende is afgekoeld. Inwerkingstelling en gebruik Vóór het eerste gebruik Reinig uw kookplaat met een vochtige doek en maak het oppervlak daarna zorgvuldig droog. Gebruik geen reinigingsmiddel dat een blauw- achtige waas op het glasoppervlak kan achter- laten. Werkingsprincipe inductie Onder elke kookzone bevindt zich een induc- tiespoel. Wanneer deze wordt ingeschakeld, ontstaat er een variabel elektromagnetisch veld dat een inductiestroom produceert in de magnetische bodemplaat van de pan. Hierdoor wordt de pan die zich op de kookzone bevindt, opgewarmd. Uiteraard is hiervoor een speciale pan nodig: • Alle soorten magnetische pannen worden aanbevolen (u kunt dit eenvoudig met een magneetje controleren), zoals: gietijzeren en stalen pannen, geëmailleerde pannen, roest- vrij stalen pannen met magnetische bodem, enz. • Uitgesloten zijn: pannen van koper, zuiver roestvrij staal, aluminium, glas, hout, kera- miek, aardewerk, enz. De inductiekookzone past zich automatisch aan de afmeting van de pan aan. Is de diameter van de pan te klein, dan werkt de inductiezone niet. Deze diameter varieert afhankelijk van de dia- meter van de kookzone. Als de pan niet geschikt is voor een inductie- kookplaat, toont het display [ U ]. Tiptoetsen Uw keramische kookplaat is uitgerust met een elektronisch bedieningspaneel met tiptoet- sen. Als uw vinger de toets aanraakt, wordt de overeenkomstige functie geactiveerd. Deze activering wordt aangeduid door een indicatie- lampje, een letter of nummer en/of een geluids- signaal. In het algemeen geldt dat u niet op meerdere toetsen tegelijk moet drukken. Inwerkingstelling • In- en uitschakelen van de kookplaat: Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen druk op [] 2x [0] Uitschakelen druk op [] Geen of [ H ] • Een kookzone in- of uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Verhogen Druk op [ + ] [4] tot[9] Verlagen Druk op [ - ] [9]tot[1] Uitschakelen Druk tegelijkertijd op [ + ] en [ - ] [0] of [H] of druk op [ - ] [0] of [H] Als er binnen 20 seconden niets gebeurt, keert de elektronica terug in de ruststand. Pandetectie De pandetectie zorgt voor een optimale veiligheid. De inductie werkt niet: • Als er geen pan op de kookzone staat of als de pan ongeschikt is voor inductie. In dat geval is het niet mogelijk het vermogen te verhogen, op het display verschijnt [ U ]. Dit symbool verdwijnt wanneer er een pan op de kookzone wordt geplaatst. • Als de pan van de kookzone wordt verwijderd, wordt de werking onderbroken. Op het display verschijnt [ U ]. Het symbool [ U ] verdwijnt wanneer de pan wordt teruggeplaatst op de kook- zone. Het koken gaat verder met de vermogensstand die was ingesteld voordat de pan werd weggenomen. Restwarmte-indicatie Nadat een kookzone of de gehele kookplaat is uitgeschakeld, zijn de kookzones nog warm en verschijnt op het display [ H ]. Het symbool [ H ] verdwijnt wanneer de kookzones zonder ge- vaar aangeraakt kunnen worden. Zolang het indicatielampje van de restwarmte brandt, mogen de kookzones niet worden aangeraakt en mogen er geen warmtegevoelige voorwerpen op worden geplaatst. Kans op brand of brandwonden. Boosterfunctie De boosterfunctie [ P ] geeft aan de gekozen kookzone een groter vermogen. Als deze functie wordt geactiveerd, werkt de kookzone gedurende 10 minuten met een zeer hoog vermogen. De boosterfunctie is ideaal voor het snel verhitten van een grote hoeveelheid water, zoals bij het koken van pasta, enz. • In- en uitschakelen van de boosterfunctie: Actie Bedieningspaneel Display Zone kiezen druk op [ + ] of [ - ] [1] tot[9] De booster inschakelen druk op [ + ] [P] gedurente 10 minuten De booster uitschakelen druk op [ - ] [9] • Vermogensregeling: De gehele kookplaat is uitgerust met een maximaal vermogen. Als de boosterfunctie wordt geactiveerd, zorgt het elektronisch systeem ervoor dat het vermogen van een andere kookzone afneemt, om te voorkomen dat het maximale vermogen wordt overschreden. De aanduiding van de zone waar het vermogen afneemt, knippert een paar seconden op [ 9 ] en duidt daarna het maximumvermogen aan: Geselecteerde kookzone De andere kookzone: (voorbeeld: vermogensstand 9) [P] wordt getoond [9] gaat naar [ 6 ] of [ 8 ] afhankelijk van het type zone Timer De timer kan voor alle kookzones tegelijkertijd worden gebruikt met een verschillende tijdsinstel- ling (van 0 tot 99 minuten) voor elke zone. • De kooktijd instellen en wijzigen: Actie Bedieningspaneel Display Zone kiezen Druk op [ + ] of [ - ] [4] of [9] Selecteer de vermogensstand Druk op [ + ] of [ - ] [1]...[9] Selecteer << Timer >>> Druk op[] Minutenteller [00] min Tijdsduur verminderen Druk op [ - ] Gaat van [ 30 ] naar 29, 28,... Tijdsduur vermeerderen Druk op [ + ] De tijd vermeerdert Na enkele seconden gaat het controlelampje van een “knipperpositie” over naar een “vaste” positie. De tijd is bevestigd en het koken begint. • Afzetten van de minutentellerfunctie : Actie Bedieningspaneel Display << Timer >> kiezen Druk op[] Overgebleven tijd <<<< Timer >>> afzetten Druk op [ - ] en [ ] Gaat over op [00] en gaat dan uit Indien meerdere timers geactiveerd zijn volstaat het de handeling te herhalen. • Automatisch stoppen aan het einde van de kooktijd: Zodra de geselecteerde kooktijd is beëindigd, begint de timer te knipperen ( 00 ) en klinkt er een geluidssignaal. Om het knipperen en het geluidssignaal te stoppen, hoeft u alleen op toets [] te drukken. • Gebruik van de timer zonder koken : Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen Druk op[] 2x [0] of [H] << Timer >> kiezen Druk op[] Minutenteller [00] min Tijdsduur verminderen Druk op [ - ] Gaat van [ 30 ] naar 29, 28,... Tijdsduur vermeerderen Druk op [ + ] De tijd vermeerdert Het controlelampje knippert en gaat na enkele seconden uit. • Afzetten van de minutentellerfunctie zonder koken : Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen Druk op[] Lampje van de timer knipperend <<< Timer >> afzetten Druk op [ - ] en [ ] Gaat over op [00] en gaat dan uit Vergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ O ]]. • Vergrendeling : Actie Bedieningspaneel Display Inwerkingstelling Druk op[] 2x [0] of [H] Kookplaat vergrendelen Druk op [ ] 2x [0] of [H] Vergrendeling lampje aan • Ontgrendeling : Actie Bedieningspaneel Display Inwerkingstelling Druk op[] 2x [0] of [H] Kookplaat ontgrendelen Druk op [ ] 2x [0] of [H] Vergrendeling lampje uit Kookadvies Kwaliteit van de pannen Geschikte materialen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, magnetisch rvs, aluminium met magnetische bodem. Ongeschikte materialen: aluminium en rvs zonder magnetische bodem, koper, messing, glas, keramiek, porselein. De meeste fabrikanten vermelden of hun pro- ducten wel of niet geschikt zijn voor inductie- koken. Om te controleren of pannen geschikt zijn: • Giet een beetje water in een pan en plaats deze op een inductiekookzone op stand [ 9 ]. Het water moet binnen een paar secon- den koken. • Controleer of een magneet aan de bodem van de pan blijft plakken. Sommige pannen maken lawaai als ze op een inductiekookzone worden geplaatst. Dit lawaai wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het heeft ook geen invloed op de werking van het apparaat. Afmetingen van de pan De kookzones zullen zich, tot een bepaalde hoogte, automatisch aanpassen aan de dia- meter van de pan. De bodem van de pan moet echter wel een minimale diameter hebben die afhankelijk is van de betreffende kookzone. Voor een optimale werking van de kookplaat dient u de pan goed in het midden van de kookzone te plaatsen. Voorbeelden van vermogensstanden (de onderstaande waarden zijn uitsluitend indicatief) 1 tot 2 Smelten Sauzen, boter, chocolade, gelatine 2 tot 3 Opwarmen Eerder bereide gerechten Sudderen Rijst, pudding, suikersiroop 3 tot 4 Ontdooien Gedroogde groenten, vis, diepgevroren producten Stomen Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Water Gestoomde aardappelen, soep, pasta, verse groenten 6 tot 7 Zachtjes koken Vlees, lever, eieren, worstjes Sudderen Goulash, rollade, pens 7 tot 8 Koken Aardappelen, beignets, wafels 9 Bakken, braden Rundvlees, omeletten, gebakken gerechten Water aan de Water kook brengen Bakken, braden Schaaldieren, rundvlees Water aan de Een grote hoeveelheid water kook brengen aan de kook brengen Onderhoud en reiniging Voor reiniging het apparaat eerst uitschakelen. Reinig de kookplaat niet als het glas heet is, wegens kans op verbranding. • Verwijder lichte vlekken met een vochtige doek met afwasmiddel en een klein beetje water. Daarna met koud water afspoelen en het oppervlak zorgvuldig droogmaken. • Gebruik nooit corrosieve of schurende reini- gingsmiddelen of schoonmaakproducten die krassen kunnen veroorzaken. • Gebruik geen reinigingsapparaat dat op stoom of hoge druk werkt. • Gebruik geen voorwerp dat krassen in het ke- ramische glas kan veroorzaken. • Zorg ervoor dat de pan droog en schoon is. Zorg dat er zich geen stofresten op de kerami- sche kookplaat of op de pan bevinden. Door met een ruwe pan over het glas te schuiven, kunnen er krassen ontstaan. • Gemorste suiker, jam, gelei, enz. moeten di- rect worden verwijderd om te voorkomen dat het oppervlak beschadigd raakt. Problemen oplossen Als het symbool ( E 4 1 verschijnt: • De kookplaat moet opnieuw worden geconfigureerd. Voer de volgende stappen uit: I) Belangrijk: controleer voor aanvang of zich niets op de kookplaat bevindt II) Sluit de stroomtoevoer van het apparaat af door de stekker of zekering te verwijderen of de stroomonderbreker uit te zetten III) Sluit de kookplaat opnieuw op het elektriciteitsnet aan IV) Procedure: neem een pan met een magnetische bodem en een minimumdiameter van 16 cm
- start de procedure binnen 2 minuten nadat de kookplaat opnieuw is aangesloten
- gebruik niet de Il-toets V) Eerst moet de bestaande configuratie worden geannuleerd 1) Druk op de vergrendelingstoets en houd deze ingedrukt. 880 + BOOSTER 8日 BOOSTER + ① 2) Druk met een vinger van uw andere hand achtereenvolgens en snel (binnen 2 sec.) op de toetsen a - b - c waarbij u van links naar rechts gaat. Een dubbele piep duidt op een verkeerde bewerking. Herhaal de bewerking in dat geval vanaf stap 1. 088 088 BOOSTER 3) Het linkerscherm toont afwisselend een [C] en een [0] 088
- + BOOSTER 088 BOOSTER + ① 4) Druk op de vergrendelingstoets tot de 2 schermen ofwel [ C ], ofwel [ - ] weergeven. 5) Laat de toetsen los en druk nogmaals op een van de [ - ]-toetsen gedurende enkele seconden tot de [ E ] verschijnen. 6) Er klinkt een piep en de [E] knipperen. 7) De [ E ] worden vervolgens automatisch veranderd in [ C ] De configuratie is dan geannuleerd. VI) Hoe kunt u de plaat opnieuw configureren? 1) Neem een ferromagnetisch recipiënt met een diameter van minstens 16 cm. 2) Selecteer de kookzone door op de bijbehorende [ + ] te drukken. 3) Plaats de bak op de zone die u wilt configureren. 4) Wacht tot [ C ] verandert in [ - ]. De kookzone is geconfigureerd. 5) Ga op dezelfde manier te werk voor alle kookzones die [ C ] weergeven. 6) De kookzones zijn geconfigureerd als alle zones zijn gedetecteerd en er niets meer wordt weergegeven. Gebruik slechts een recipiënt om de configuratie uit te voeren. Plaats tijdens de configuratie nooit meerdere recipiënten op de kokpiteteveergave [E4] blijft, bel dan de klantenservice. De kookplaat of kookzone werkt niet: • De kookplaat is misschien verkeerd op het elektriciteitsnet aangesloten. Controleer de aansluiting. • De veiligheidszekering kan de stroom hebben afgesloten. Controleer de zekering. • Het bedieningspaneel kan zijn vergrendeld. Ontgrendel de bediening. • Op de tiptoetsen kan zich water of vet bevin-den. Reinig de tiptoetsen. • Er ligt een voorwerp op een toets. Verwijder het voorwerp. Het bedieningspaneel toont [U]: • Er staat geen pan op de kookzone. • De pan is niet geschikt voor inductie. • De bodemdiameter van de pan is te klein. Het bedieningspaneel toont [C] of [E]: Bel de aftersales-service. Het symbool |] of [Er03] licht op: • Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of schoongemaakt zijn. Het symbool [E2] licht op: • De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze weer terug inschakelen. Het symbool [E3] of [E7] licht op: • De kookpot is niet geschikt, gebruik een andere kookpot. Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de Service Afdeling van Boretti contacteren. Één of alle kookzones zijn uitgeschakeld: • Het veiligheidssysteem is geactiveerd. • U bent lange tijd vergeten om de kookzone uit te schakelen. • Eén meer tiptoetsen zijn bedekt. • De pan is leeg en de bodem is oververhit. • De kookplaat beschikt over een automati- sche vermogensreductie en automatische uitschakeling bij oververhitting. De ventilator blijft draaien nadat de kookplaat is uitgeschakeld: • Dit is geen defect, de ventilator blijft draaien ter bescherming van het elektronische ap-paraat. • De ventilator stopt automatisch. Het automatische kooksysteem werkt niet: • De kookzone is nog warm [ H ]. • De hoogste vermogensstand is ingesteld [ 9 ]. • Het kookniveau werd aangezet met de toets [ - ]. Installatievoorschriften De installatie mag uitsluitend worden uitge- voerd door gespecialiseerde installatiemon- teurs. De installateur dient zich te houden aan de lokale wetgeving en voorschriften. Bevestiging van de afdichtingstrip: De bijgeleverde afdichtingstrip voorkomt infil- tratie van vloeistoffen in de keukenkast. De strip moet zorgvuldig worden aangebracht, in overeenkomst met de volgende afbeelding. Inbouw - installatie: • De uitsnijdingen van het werkblad zijn als volgt: Uitvoering Werkblad (mm) Breedte x Diepte 350 x 490 • Zorg ervoor dat er een afstand van 50 mm bestaat tussen de kookplaat en de muur of zijwanden. • De kookplaat is geclassificeerd als warmte- bescherming klasse “Y”. Idealiter moet de kookplaat worden geïnstalleerd met voldoen- de ruimte aan weerszijden. Er mag zich een muur aan de achterzijde bevinden en hoge kasten of een wand aan één zijde. Aan de an- dere zijde mag echter geen kast of meubel hoger zijn dan de kookplaat. • Het meubel of de onderkast waarop de kook- plaat wordt geïnstalleerd, alsmede de randen van het meubel, de gelamineerde coating en de gebruikte lijm moeten warmtebestendig zijn tot 100 °C. • De stangen of randen van de muur moeten warmtebestendig zijn. • Installeer de kookplaat niet boven een niet- geventileerde oven of afwasmachine. • Zorg voor een ruimte onder de kookplaat van 20 mm om een goede luchtcirculatie van het elektronische apparaat te garanderen. 2 mm 2 3 Verwijder de beschermfolie (3) en plak de strip (2) twee millimeter van de buitenrand van het glas. • Indien zich een lade onder de kookplaat be- vindt, mogen hierin geen ontvlambare voor- werpen worden geplaatst. (bijvoorbeeld: spuitbussen) of voorwerpen die niet warm- tebestendig zijn. • Om de rand van de uitsnijding te bescher- men, moet een coating, lak of speciaal af- dichtingsmiddel worden aangebracht. De lijmverbinding van de kookplaat moet zeer zorgvuldig worden aangebracht, om lekkages in het onderstaande meubel te voorkomen. Deze strip zorgt voor een juiste afdichting wanneer de kookplaat wordt gebruikt in com- binatie met een glad werkblad. • Voor de veiligheidsafstand tussen de kook- plaat en de erboven geplaatste afzuigkap dient u de instructies van de fabrikant van de afzuigkap in acht te nemen. Indien er geen instructies zijn gegeven, moet een minimum- afstand van 760 mm worden gehandhaafd. • De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele (mechanische) spanning onder- hevig zijn. • Waarschuwing: Gebruik alleen kookplaat beschermrekken ontworpen door de fabrikant van de kookplaat, rekken die door de fabrikant aangeduid zijn als geschikt of beschermrekken geïntegreerd in het apparaat. Het gebruik van ongeschikte rekken kan ongelukken veroorzaken. Elektrische aansluiting • De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op hoogte is van de voorgeschreven normen. • Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven. • De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje et het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat. • Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net geschei- den te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen. • Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te worden door middel van de nodige voor- zieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten. • Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling. • De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt. Let op! Dit apparaat mag alleen worden aangesloten op een netspanning van 230 V~ 50 Hz. Sluit altijd de aardleiding aan. Neem altijd het aansluitschema in acht. De aansluitdoos bevindt zich aan de onderzijde, aan de achterkant van de kookplaatbehuizing. Gebruik een gewone schroevendraaier om het deksel te openen. Plaats deze in de gleuven en open het deksel. Voeding Aansluiting Kabeldiameter Kabel Zekering 230V~1P+N 50Hz 1 Fase + N 3 x 1,5 mm² H 05 VV - F 16 A * H 05 RR - F
- berekend met de gelijktijdigheidsfactor conform EN 60 335-2-6 Let op! De draden goed doorsteken en de schroeven goed Boretti kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor ongevallen die het gevolg zijn van een verkeerde aansluiting of van het gebruik van een apparaat dat niet geaard is of is uitgerust van een defecte aardaansluiting. Milieuvoorschriften Mocht u om wat voor reden dan ook het ap- paraat willen afdanken, houdt u zich dan aan het volgende: Bezorg het apparaat bij het plaatselijk bevoeg- de bedrijf voor het inzamelen van afgedankte huishoudelijke apparaten. Met een correcte verwerking kunnen waardevolle materialen op intelligente wijze gerecycled worden. Voordat u uw apparaat wegdoet is het belangrijk dat u de elektrische voedingskabel afsnijdt en sa- men met de stekker verwijderd. met de stekker verwijderd. Dit apparaat is voorzien van het merkteken conform de Europese richtlijn 2002/96EG betreffende af- gedankte elektrische en elektronische appara- tuur. De richtlijn bepaalt de normen voor het inzamelen en recyclen van de afgedankte appa- ratuur welke gelden voor het gehele territorium van de Europese Unie.