Dit artikel legt uit hoe u de BIKW-76 van Boretti gebruikt.
Display 0. 1...9 || Naam Nul Vermogenniveau Detectie pan Onmiddellijke opwarming Foutmelding Foutmelding Restwarmte Booster Vergrendeling Warmtebehoud Pauze Functie Kookzone geactiveerd Keuze kookniveau Geen of onaangepaste pan Automatisch koken Defect elektronisch circuit Defect functionering zone De kookzone is warm Het turbovermogen is geactiveerd Toetsenvergrendeling Automatisch behoud op 70 De pauze is geactiveerd Ventilatie De koelingsventilator functioneert helemaal automatisch. Hij komt langzaam op gang zodra de door de elektronica vrijgekomen calorieën een bepaalde hoeveelheid overschrijden. De ventilatie schakelt naar de tweede snelheid over wanneer het kookvlak intensief gebruikt wordt. De ventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronische circuit voldoende is afgekoeld. In werking stellen en gebruik van het apparaat Voor het eerste gebruik Poets uw toestel met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen glasreiniger, deze kan op het glas een blauwachtig waas doen verschijnen. Principe van inductie Onder elke zone bevindt zich een inductie-spoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de pan. Hierdoor verwarmt de pan die op de zone staat. Uiteraard zijn aangepaste pannen vereist: • Aanbevolen zijn alle metalen pannen met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen pannen, in inox met magnetische bodem... • Uitgesloten zijn alle pannen in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem... De inductie zone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte pan. Is de diameter te klein dan werkt de pan niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de zone. Wanneer de pan niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool [ U ] branden. Tiptoetsen Uw apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik. Zone voor de sterkteregeling “ SLIDER “ en de timerinstelling Voor de selectie van de het vermogen volstaat het om met uw vinger over de ‘Slider' te glijden U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren. “SLIDER“voor vermogensregeling en timerinstelling "SLIDER" • In- en uitschakelen van de kookplaat : Actie Bedieningspaneel Inschakelen Druk op [0/1] Uitschakelen Druk op [0/1] • In- en uitschakelen van een zone : Actie Bedieningspaneel Kiezen Druk op [ 0 ] van de zone Instellen Glijden over de “SLIDER“ (Sterkteregeling) naar rechts of links Uitschakelen Glijden tot [ 0 ] over de “SLIDER“ of druk op [ 0 ] Directe keuze Display [0] knipperen geen of [H] Display [0] en lampje van zone aan [0]tot[9] [0] of [H] [0] of [H] Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wacht- positie. Detectie van de pan De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid. De inductiekookplaat werkt niet: • Indien er geen pan op de zone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool [ U ] verschijnt op de display. Wanneer een pan op de zone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ). • De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de zone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op de display. De [ U ] verdwijnt wanneer de pan terug op de zone wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de zone uit na gebruik. De pan detectie [ U ] blijft dan niet branden. Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de zones of het volledig uitzetten van de kookplaat, de zones nog warm zijn, wordt dit aangegeven door [ H ].Het symbool [ H ] gaat uit wanneer de zones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden. Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de zones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de zones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden! Booster functie De booster functie [ P ] verleent aan de gekozen zone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze zones gedurende 10 minuten met een aanmerke- lijk hoger vermogen. De booster is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta. • In- en uitschakelen van de booster: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] en lampje van de zone aan De booster inschakelen druk op [P] [P] De booster uitschakelen glijden over de “SLIDER“ [P]naar[0] of druk op [P] [9] • Beheer van het maximaal vermogen: Het geheel van de kookplaat is voorzien van een maximaal vermogen. Wanneer de booster functie geactiveerd is en om dit maximaal vermogen niet te overschrijden – vermindert de elektronische bediening automatisch het kookniveau van een andere zone. Gedurende enkele seconden geeft de display van deze zone al knipperend [ 9 ] weer, vervolgens wordt het hoogst mogelijke kookniveau weergegeven: Gekozen zone Andere zone (bijvoorbeeld: kookniveau 9 ) [ P ] wordt weergegeven [9]wordt[6] of [ 8 ] naargelang de zone Timer functie De timerfunctie kan voor alle zones tegelijk gebruikt worden, dit met verschillende tijdsaanduidin- gen ( van 0 tot 99 minuten ) voor iedere zone. • Regeling of wijziging van de kooktijd : Voorbeeld 16 minuten op stand 7: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen Druk op [ 0 ] van de zone [0] lampje van de zone aan Het vermogen kiezen Glijdt over de “SLIDER“ tot [ 7] [7] <<< Timer >> kiezen Druk op [ CLI [00] Eenheden kiezen Glijdt over de “SLIDER“ tot [ 6] [ 0 aan] [ 6 knippert ] Eenheden bevestigen Druk op [06] [ 0 knippert] [ 6 aan] Tientallen kiezen Glijdt over de "SLIDER“ tot [ 1] [ 1 knippert] [ 6 aan] Tientallen bevestigen Druk op [ 16 ] [16] De tijdsduur is ingesteld en begint te lopen. • Uitschakelen van de timerfunctie: Voorbeeld nog 13 minuten op stand 7: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen Druk op [ 7 ] van de zone [7] lampje van de zone aan <<< Timer >> kiezen Druk op [ 13 ] [13] Eenheden uitschakelen Glijdt over de “SLIDER“ tot [0] [ 1 aan] [ O knippert] Eenheden bevestigen Druk op [ 10 ] [ 1 knippert] [0 aan] Tientallen uitschakelen Glijdt over de “SLIDER“ tot [0] [00] Druk op [00] [00] Tientallen bevestigen • Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd: Wanneer de gekozen tijd verlopen is, geeft het lampje van de timer al knipperend [ 00 ] weer en een geluidssignaal weerklinkt. Druk op [ 00 ] om het geluid en het knipperen te beëindigen. • Gebruik van de timer zonder koken: Voorbeeld 29 minuten: Actie Bedieningspaneel Display De kookplaat activeren Druk op [0/1] Lampjes van de zone aan <<< Timer >> kiezen Druk op [ CL ] [00] Eenheden kiezen Glijdt over de "SLIDER“ tot [ 9] [0 aan][9 knippert] Eenheden bevestigen Druk op [09] [ 0 knippert][9 aan] Tientallen kiezen Glijdt over de "SLIDER“ tot [ 2] Tientallen bevestigen Druk op [ 29 ] [ 2 knippert][9 aan] [29] De tijdsduur is ingesteld en begint te verlopen. Wanneer de gekozen tijd verlopen is, geeft het lampje van de timer al knipperend [ 00 ] weer en een geluidssignaal weerklinkt. „Druk op [00] om het geluid en het knipperen te beëindigen. De kookplaat schakelt uit. Programmeren van de kookautomaat Alle zones zijn uitgerust met een kookautomaat. De zone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen. • Programmeren van de aankookautomaat: Actie Bedieningspaneel De zone kiezen Druk op [ 0 ] van de zone Het vermogen kiezen Glijdt over de “SLIDER“ tot [ 9 ] Kookautomaat kiezen Druk opnieuw op [ 9 ] van de “SLIDER“ Het vermogen kiezen Glijdt over de "SLIDER“ tot [7] (vb. « 7 ») • Stopzetten van de kookautomaat : Actie De zone kiezen Bedieningspaneel Druk op [7] van de zone Het vermogen kiezen Glijdt over de “SLIDER“ Stop&Go Functie Deze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe. • Aan- en uitzetten van Stop&Go : Actie Bedieningspaneel Stop&Go aanzetten druk 2s op [ II ] Stop&Go uitzetten druk 2s op [ II ] Druk op een andere toets of glijd over "SLIDER“ Herhalingfunctie Na het uitzetten van de kookplaat [ 0/1 ] is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen: • Staat van alle zones (vermogen) • Minuten en seconden van de geprogrammeerde zones door de timers • Functie "Automatisch koken" • Warmhoud functie De herhalingsprocedure is als volgt: • Duw op de toets [ 0/1 ] • Vervolgense tegelijkertijd, en binnen de 6 seconden de beide achterste zones selecteren. De vorige instellingen zijn opnieuw actief Functie " Warmhouden " Deze functie warmhouden maakt het mogelijk een temperatuur van 70° te bereiken en automa- tisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de pan gaan kleven. • Aanzetten, stopzetten van de functie “ Warmhouden “: Actie Bedieningspaneel De zone kiezen druk op [ 0 ] van de zone <<< Warmhouden » activeren druk op [U] van de “SLIDER“ « Warmhouden » stoppen druk op [U] van de zone Glijd over de "SLIDER“ Display [0] lampje van de zone aan Van [0] naar [9] [ 9 ] knippert met [ A ] van [9] naar[8][7] [7] knippert met [A] Display [7] knippert met [A] [0] tot[9] Display [ II ] aan [ II ] uit Display [0] tot[9] of [H] [U] [U] [0]tot[9] of [H] Deze functie kan onafhankelijk gebruikt worden bij alle zones. Wanneer de pan de zone verlaat, blijft de functie “ Warmtebehoud “actief gedurende ongeveer 10 minuten. De maximale duur van het warmhouden is 2 uur. Vergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ O/I ]). • Vergrendeling : Actie Bedieningspaneel De kookplaat activeren druk op [0/1] Kookplaat vergrendelen tegelijk drukken op [P] en [0] van de zone rechts voor druk opnieuw op[0] Display [ 0 ] op de 4 zone lampjes geen wijziging [L] op de 4 zone lampjes • Ontgrendeling : Actie Bedieningspaneel De kookplaat activeren druk op [0/1] Binnen de 5 sekonden na het activeren van de kookplaat : Kookplaat ontgrendelen tegelijk drukken op [P] en [L] van de zone rechts voor druk op [P] Display [ 0 ] op de 4 zone lampjes [ 0 ] op de 4 zone lampjes alle zone lampjes uit Kookadvies Kwaliteit van de pannen Aangepaste pannen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, alumi- nium met magnetische bodem. Niet aangepaste pannen: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten ge- schikt zijn voor inductie. Giet een beetje water in een pan en plaats deze op een inductie zone ingesteld op [ 9
opwarmen. • Houd een magneet tegen de bodem van de pan. De magneet moet blijven plakken. Sommige pannen zoemen wanneer ze op een inductiezone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïn- vloedt geenszins het functioneren. Afmetingen van de pannen De zones passen zich in zekere mate auto- matisch aan de diameter van de pan aan. De bodem van deze pan dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen zone. Plaats de pan goed in het midden van de zone om een optimaal rendement van uw kooktafel te krijgen. Voorbeelden van vermogensregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend) 1-2 Smelten Opwarmen 2-3 Opzwellen Ontdooien 3-4 Stoom 4-5 Water 6-7 Zachtjes koken 7-8 Braden Op kooktemperatuur brengen 9 Frire, Porter à ébullition Frire, Porter à ébullition Sauzen, boter, chocolade, gelatine Kant- en klaargerechten Rijst, pudding en bereidde gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten Groenten, vis, vlees Gekookte aardappelen, soep, pasta, verse groenten Vlees, lever, eieren, braadworsten Goulash, rollade, pens Aardappelen, beignets, platte koeken Aan de kook brengen van grote hoeveelhe- den water Braden, op kooktemperatuur brengen Steaks, omeletten, water Onderhoud en reiniging Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico voor brandwonden. • Verwijder de kookresten met een beetje wa- ter met afwasproduct of een in de handel aanbevolen product voor vitrokeramisch glas. • Gebruik in geen geval toestellen die met "stoom” of met “druk” werken. • Geen voorwerpen gebruiken die het vitro- keramisch glas kunnen beschadigen (zoals schuursponzen of mespunten...) • Gebruik geen schuurproducten, deze kunnen het apparaat beschadigen. • Droog het apparaat met een goede doek. • Verwijder onmiddellijk suiker of spijzen die suiker bevatten! Kleine storingen verhelpen De kookplaat of de zone werkt niet : • de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten • de veiligheidszekering is gesprongen • kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld • de tiptoetsen zijn met water of vet bespat • er staat een voorwerp op de tiptoetsen Het symbool ( U ) licht op : • er staat geen pan op de zone • de pan is niet geschikt voor inductie • de diameter van de bodem van de pan is te klein in vergelijking met de zone Het symbool [ E ] licht op : • Het elektronisch systeem is ontregeld. • Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan. Een enkele zone of alle zones vallen uit : • de veiligheid is in werking getreden • deze treedt in werking wanneer u vergeten heeft een zone uit te schakelen • de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn • een kookpan is leeg en de bodem is oververhit • de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel : • dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur • de ventilator stopt vanzelf. De bediening van automatisch koken treedt niet in werking : • de zone is nog warm [H] • het maximum kookniveau staat aan [9] Bedieningspaneel geeft ( L ) : • Zie hoofdstuk vergrendeling. Het symbool [ U ) licht op : • Zie hoofdstuk “Warmhouden“. Het symbool ( II ) licht op : • Zie hoofdstuk “Stop&Go“. Installatievoorschriften De montage dient enkel door erkende specialis- ten te worden uitgevoerd. De installateur dient de plaatselijke wetten en normen na te leven. Plaatsen van de waterdicht strip De zelfklevende strip geleverd met het appa- raat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens de tekening rechts te worden uitgevoerd. 2 mm 2 3 De beschermfolie (3) verwijderen en de dich- tingstrip (2) op de rand van de kookplaat plak- ken op 2 mm van de buitenrand. Inbouw De uitsparing in het tablet volgens model kook- plaat: Apparaat Uitsparing voor vlakbouw breedte x diepte 765 x 495 mm • De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen. • De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « Y ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of ap- paraat hoger zijn dan het kookvlak. • De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige ma- terialen (100°C) • De materialen van het werkblad kunnen op- zwellen bij contact van vocht. Om de uitsnij- ding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm. • De strippen aan de muurranden dienen hit- tebestendig te zijn. • Installeer de kookplaat niet boven een niet geventileerde oven of een vaatwasmachine. • Onder de omkasting van het apparaat een afstand van 20 mm voorzien om een goede verluchting van de elektronische apparatuur te verzekeren. • Indien er zich een lade onder de kookplaat be- vindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn. • Voor de afstand tussen de kookplaat er de erboven geplaatste dampkap, dient u de in- structies van de fabrikant van de dampkap te volgen. Bij gebrek aan instructies, dient u een afstand van minimum 760 mm te res- pecteren. • De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele mechanische spanning onderhe- vig zijn, zoals bijvoorbeeld een lade. Elektrische aansluiting • De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op de hoogte is van de voorgeschreven normen. • Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven. • De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje en het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat. • Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedra- gen. • Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzie- ningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en con- tacten. • Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de instal- latieregeling. • De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt.
Let op!
Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50 / 60 HZ Verbind steeds de aarding. Respecteer het aansluitingsschema. De aansluitdoos bevindt zich onder de kookplaat. Om het deksel te openen, gebruik een schroevendraaier en plaats deze in de 2 gleuven voor de 2 pijlen. Voeding Aansluiting Kabelsectie Kabel Zekering 230V~50/60 Hz (BE) 1 Fase + N 3 x 2.5 mm² H 05 VV - F 25 A H 05 RR - F 400V~50/60Hz (BE) 2 Fasen + N 4 x 1.5 mm² H 05 VV - F 16 A H 05 RR - F
- berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335-2-6/1990 Aansluiting van de kookplaat Gebruik voor de verschillende aansluitingen de bruggen in messing die zich in de aansluitdoos bevinden. Een fase 230V~1P+N: Plaats een brug tussen 1 en 2, dan tussen 4 en 5. Verbind de aarding met de aansluitklem “aarde”, neutraal N met de aansluitklem 4 of 5, de fase L op de aansluitklem 1 of 2. Twee fasen 400V~2P+N: Plaats een brug tussen 1 en 2 dan tussen 4 en 5. Verbind de aarding met de aansluitklem “aarde”, neutraal N met de aansluitklem 4 of 5, fase L1 met de aansluitklem 1 en fase L2 met de aansluitklem 2. Let op! De draden goed doorsteken en de schroeven goed aandraaien. We kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor ongevallen voortkomend uit een slechte aansluiting of ongevallen die gebeuren door toestellen zonder of met een defecte aarding. Milieuvoorschriften • de verpakkingsmaterialen zijn ecologisch en recycleerbaar. • de elektronische apparaten bevatten edele metalen. Informeer u bij uw Gemeente over de recyclagemogelijkheden. Mocht u om wat voor reden dan ook het ap- paraat willen afdanken, houdt u zich dan aan het volgende: Bezorg het apparaat bij het plaatselijk bevoeg- de bedrijf voor het inzamelen van afgedankte huishoudelijke apparaten. Met een correcte verwerking kunnen waardevolle materialen op intelligente wijze gerecycled worden. Voordat u uw apparaat wegdoet is het belangrijk dat u de elektrische voedingskabel afsnijdt en sa- men met de stekker verwijderd. Dit apparaat is voorzien van het merkteken conform de Europese richtlijn 2002/96EG betreffende af- gedankte elektrische en elektronische appara- tuur. De richtlijn bepaalt de normen voor het inzamelen en recyclen van de afgedankte appaа- ratuur welke gelden voor het gehele territorium van de Europese Unie.