Dit artikel legt uit hoe u de PC901BE van Boretti in elkaar zet.
Alle handelingen in verband met de installatie, de instelling en de aanpassing aan het beschikbare gastype moeten uitgevoerd worden door geschoold personeel, overeenstemmend de van kracht zijnde normen. De specifieke instructies bevinden zich in het deel van de handleiding dat voor de installateur voorbehouden is. INSTALLATIE Montage van het kookvlak. Het toestel is vervaardigd om ingebouwd te worden in meubels die warmtebestendig zijn. De wanden van de meubels moeten bestand zijn tegen een temperatuur van minstens 90°C. Het toestel is van het type “Y”, dit wil zeggen dat et geïnstalleerd mag worden met één enkele laterale wand, rechts of links van het kookvlak. Vermijd de installatie van het toestel in de nabijheid van ontvlambare materialen zoals gordijnen, keukenhanddoeken, enz... Een opening maken, in het blad van het meubel, met de afmetingen aangeduid in figuur 3; daarbij moet men een afstand houden van minstens 50 mm tussen de rand van het toestel en de aangrenzende wanden. MODEL L (mm) P (mm) PC601BE 560 480 PC751BE 690 480 805 480 In geval van aanwezigheid van een muurkast boven het kookvlak, moet men een minimale afstand van 760 mm tussen het meubel en het werkblad voorzien. Het is aanbevolen het toestel te isoleren van het meubel dat er zich onder bevindt, door middel van een separator en een depressie-ruimte van minstens 10 mm (figuur 4). Indien het toestel wordt aangebracht op een basis met oven moeten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden getroffen, om te garanderen dat de installatie voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. Besteed er bijzondere aandacht aan dat de elektriciteitskabel en de toevoerbuis zodanig zijn geplaatst dat deze niet in aanraking komen met de hete delen van de behuizing van de oven. In geval van installatie op een oven zonder geforceerde koelventilatie moet voor een goede ventilatie voor een geschikte luchttoevoer worden gezorgd met een ingang die minstens 200cm² kleiner is en een uitgang die groter is dan minstens 60 cm2. Bevestiging van het kookvlak leder kookvlak is voorzien van een speciale dichting. Bovendien wordt een reeks haken geleverd, die gebruikt moeten worden om de plaat te bevestigen. Afhankelijk van het type bodem wordt het geschikte type bevestigingshaak geleverd (haak A of haak B). Handel als volgt voor de installatie: Verwijder de roosters en branders van het kookvlak. Draai het toestel om en breng dichting S langs de buitenrand aan (fig. 5). Breng het kookvlak in de opening aan die in het meubel is gemaakt en zet hem vast met de schroeven V van de bevestigingshaken G (fig. 6/6A). Plaats van installatie Dit toestel is niet uitgerust met een evacuatiesysteem voor de producten van de verbranding; het is dus noodzakelijk de rook naar buiten te evacueren met behulp van een dampkap of een elektrische ventilator die geactiveerd wordt telkens men het toestel gebruikt. De ruimte waarin het toestel geïnstalleerd wordt, moet een natuurlijke luchtaanvoer hebben voor de regelmatige verbranding van gas en de ventilatie van de ruimte: het nodige volume lucht mag niet kleiner zijn dan 20 m³. De luchttoevoer moet gebeuren door een permanente opening, aangebracht in de muren van de kamer en die voor een verbinding naar buiten zorgt. De ventilatie kan ook afkomstig zijn van een aangrenzende kamer. In dat geval de desbetreffende geldende normen respecteren. De openingen moeten een minimale doorsnede hebben van 200 cm2. Gasaansluiting Zich ervan vergewissen dat het toestel geschikt is voor het beschikbare type gas; om dat te weten kijk naar het etiket onderaan op het toestel of naar het etiket op de laatste pagina van deze handleiding. Handel overeenkomstig de instructies vermeld in de paragraaf "gastransformaties en instellingen" voor de eventuele aanpassing aan verschillende gassen. Het toestel moet aangesloten worden op de gasinstallatie met behulp van harde metalen buizen of van stalen flexibele leidingen met continue wand conform de geldende normen. Bij sommige modellen worden twee buisjes met elkaar verbonden: een cilindrische A en een conische B (fig. 7). Kies het geschikte buisje afhankelijk van het land van installatie. De aansluiting mag de gasinlaatbuis niet belasten. Eens de installatie voltooid, controleer de dichtheid van de verbindingen met een zeepoplossing. Elektrische aansluiting De aansluiting op het elektrische net moet uitgevoerd worden door geschoold personeel overeenkomstig de geldende normen. De spanning van de elektrische installatie moet overeenstemmen met die vermeld op het etiket dat zich onderaan op het toestel bevindt. Controleren of de installatie uitgerust is met een doeltreffende massa-aansluiting (“terre") overeenkomstig de normen en wettelijke bepalingen. De massaaansluiting is verplicht. Als het toestel geen stekker heeft, op de voedingskabel een genormaliseerde stekker aanbrengen. Voor de elektrische aansluiting (in het geval van overbelasting van cat. III) moet conform de installatienormen gebruik worden gemaakt van een schakelaar dat de aansluiting met het elektrische net onderbreekt. Hierbij moet de afstand tussen de contacten groot genoeg zijn om de totale onderbreking met het net te garanderen. GASTRANSFORMATIES EN INSTELLINGEN Vervanging van de buisjes Indien het toestel voorzien is voor een gastype dat verschilt van het beschikbare, moet men de buisjes van de branders vervangen. De keuze van de te vervangen buisjes moet gebeuren volgens de tabel met technische kenmerken. Daarna te werk gaan op de volgende manier: de roosters en de branders verwijderen; met een rechtse sleutel (L), het buisje (U) (figuur 8) losschroeven en vervangen door het gepaste buisje; het buisje krachtig blokkeren. Instelling van de branders De instelling van het minimum moet altijd juist zijn en de vlam moet altijd aan blijven, zelfs in geval van een snelle overgang van de maximumpositie naar de minimumpositie. Als dat niet het geval is, moet men het minimum op de volgende manier regelen: de brander aansteken; de kraan draaien tot in de minimumpositie (kleine vlam); de knop van de stang van de kraan verwijderen; een schroevendraaier met platte punt in gat (F) van de kraan (figuur 9/9A) steken en de bypass schroef draaien tot de correcte instelling van het minimum. Voor de branders die werken met gas G30, moet de bypass schroef volledig vastgeschroefd worden.