CFBI9015IX / CFBI9015AN / CFBI9015ZW / CFBI9015IX2 / CFBI9015AN2 / CFBI9015ZW2 - Veiligheidswaarschuwingen

Dit artikel behandelt de veiligheidswaarschuwingen voor de CFBI9015IX / CFBI9015AN / CFBI9015ZW / CFBI9015IX2 / CFBI9015AN2 / CFBI9015ZW2 van Boretti.

Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer, U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis werd met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid. Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wij aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen. De instructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken. Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren. Alle ander gebruik dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd. Wij wijzen elke aansprakelijkhid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationnel gebruik van het toestel. Verklaring van overeenstemming CE

  • Dit fornuis is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder andergebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk.
  • Dit fornuis is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met:
  • De veiligheidsvoorschriften van “Laagspanning” Richtlijn 2014/35/EU;
  • De voorschriften van “EMC” Richtlijn 2014/30/EU;
  • De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG;
  • De voorschriften van Richtlijn 2011/65/EU. Belangrijke informatie voor de correcte verwerking van het product in overeenstemming met de europese richtlijn 2012/19/EC. Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Belangrijk Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciële omgeving. De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi commerciële, commerciële of gemeenschappelijke omgeving. Lees aandachtig de instructies vooraleer u het toestel installeert en gebruikt.
  • Dit apparaat is ontworpen en geproduceerd in overeenstemming met de geldende normen voor huishoudelijke keukenapparatuur, inclusief de standaarden voor oppervlaktetemperatuur. Mensen met een gevoelige huid kunnen een hoge temperatuur waarnemen, ondanks dat de maximale temperatuur binnen de norm valt. De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van het correct gebruik hiervan. Wij raden daarom aan om extra goed op te letten tijdens het gebruik van het apparaat, vooral in het bijzijn van kinderen.
  • Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit. Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.
  • Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.
  • Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt. Belangrijk Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.
  • Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet-naleving van deze instructie.
  • Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem.
  • Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudt. Waarschuwing Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.
  • Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.
  • Raak het toestel niet aan met natte of bedampte handen (of voeten).
  • Gebruik het toestel niet blootsvoets.
  • Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het – voor u het weg doet – op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlijke onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.
  • De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt.
  • Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.
  • Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.
  • Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien zij de mogelijke risico’s begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.
  • De producent is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel. Waarschuwing Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet.
  • Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan(zowel aan de kookplaat als in de oven).
  • De deur is heet, gebruik de handgreep.
  • Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.
  • Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen inde buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met dekookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken. Waarschuwing Onbeheerd koken op een kookplaat met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOITbrand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dekhet vuur af, bijv. met een deksel of een vuurdeken. Waarschuwing Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen ophet kookoppervlak.
  • Plaats lege pannen niet op de glaskeramische kookplaat.
  • Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de glaskeramischekookplaat vallen.
  • Kras de kookplaten niet met scherpe voorwerpen. Gebruik dekookplaten niet als werkoppervlak. Waarschuwing Wanneer de kookplaten gebarsten of op eenandere manier beschadigd zijn, bijv. door gevallen voorwerpen,koppel dan het toestel los van de elektriciteit om elektrischeschokken te vermijden en neem contact op met de klantenservice. Waarschuwing Wanneer dit product correct geplaatst is,voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie.Wees echter extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van hettoestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijnom aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, dieletsels kunnen veroorzaken. Eerste gebruik van de oven Volg deze instructies:
  • Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk ‘REINIGING EN ONDERHOUD’.
  • Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
  • Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af. Opgelet Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
  • Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven.
  • BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
  • Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
  • Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
  • Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
  • Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.
  • Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt. Veilig omgaan met voedsel Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer. Waarschuwing Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continue toezicht te worden gehouden. Waarschuwing Til het fornuis NIET op met de handgreep.
  • Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
  • De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina 55.
  • Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico’s te voorkomen.
  • INDUCTIEKOOKPLATEN
  • Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels mogen niet op de kookplaat geplaatst worden aangezien zij warm kunnen worden.
  • Gebruik geen metalen keukenvoorwerpen (zoals opscheplepels). Het is aangeraden om plastieke of houten voorwerpen te gebruiken.
  • Gebruik kookpannen met de aanbeveelde diameter (zie minimum diameter van kookpannen) Het is niet aangeraden om kookpannen kleiner dan de kookzone te gebruiken. De kookpannen moeten in het midden van de kookzone geplaatst worden.
  • Gebruik geen beschadigde kookpannen of pannen met een ronde bodem.
  • Gebruik kookpannen special voor inductiekoken.
  • Hou een minimum afstand van de electromagnetische velden door 5-10 cm van de kookzones te staan. Wanneer mogelijk gebruik de kookzones achteraan.
  • Magnetische voorwerpen (bijv. kredietkaarten, diskettes, geheugenkaarten) en electronische instrumenten (bijv. computers) mogen niet in de buurt van de inductiekookplaat geplaatst worden.
  • Het gebruik van magnetische blikken is verboden! Gesloten blikken kunnen ontploffen door te hoge druk by het opwarmen. Brandgevaar is ook mogelijk met open blikken, omdat de integrale temperatuursbeveiliging hier niet kan werken. Belangrijke waarschuwing De inductiekookplaat voldoet aan de Europese normen voor huishoudapparaten. Dit betekent dat het niet met andere electronische apparaten zou kunnen storen. Personen met een pacemaker of andere electrische inplantingen moeten bij hun dokter navragen of zij een inductiekookplaat kunnen gebruiken en mogelijke storingen met de inplantingen controleren. Energie-etikettering/Ecologisch ontwerp
  • Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
  • Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
  • Norm EN 60350-1 (Elektrische ovens).
  • Norm EN 60350-2 (kookplaten: elektrische kookzones en/of -gebieden). Gebruik van het apparaat, energiebesparing tips Oven
  • Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
  • Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
  • We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding. Kookplaten Inductiekookzones en/of -gebieden
  • Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
  • Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
  • Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgerei dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
  • Gebruik steeds pannen/koffieketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/koffieketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt. Belangrijk Gebruik geen tussenstukken voor kookpotten/koffieketels. OPGELET – HEEL BELANGRIJK ! Brand/oververhittingsgevaar:
  • Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is. Om schade aan het apparaat te voorkomen:
  • Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.
  • Niet op de kookplaatbescherming blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur steunen. Deze tekening is slechts indicatief Kookplaatbescherming Handgreep/handgrepen deur Aanwijzingen voor de installateur Belangrijk
  • De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
  • Alle ingrepen moeten uitgevoerd worden wanneer het toestel uitgeschakeld is.
  • Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt. 1 Installatie Installatie Voor wat betreft de bescherming tegen de verhitting van de aan het fornuis aangrenzende oppervlakken, moeten de montagecondities conform zijn de aanwijzingen op afb. 1.1. De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur. Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen). Indien het fornuis op een sokkel staat, moet men de juiste afmetingen nemen om te vermijden dat het toestel van de sokkel glijdt. Opzetplint (op sommige modellen) Assembleer het achterscherm “C” (afb. 1.2) alvorens het fornuis te installeren.
  • Het achterscherm “C” vindt u in de verpakking achter het fornuis.
  • Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
  • Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat.
  • Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 1.2 en bevestig het door de schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien. De verstelbare voeten monteren De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen. Leg het fornuis met zijn achterkant op een stuk piepschuim van de verpakking, zodat de onderkant toegankelijk is en de voeten gemonteerd kunnen worden. Het fornuis waterpas zetten Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 1.4). Bewegingssysteem van het fornuis Waarschuwing Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manoeuvre (afb. 1.5). Waarschuwing Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 1.6). Waarschuwing SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 1.7). Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 1.5). Bevestigingssteun Waarschuwing! Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen. Om de bevestigingssteun te plaatsen:

2. Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde plastieken pluggen in. Belangrijk! Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren.

3. Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.

4. Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 1.8).

5. Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.

6. Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis bevindt. Opgelet! Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd. 2 Elektrisch gedeelte Belangrijk De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt. Aansluiting op het elektriciteitsnet

  • De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
  • het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
  • het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
  • de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
  • het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn. N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van de elektrische voorziening in uw woning groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt. Belangrijk Dit kooktoestel moet worden aangesloten op een geschikte tweepolige schakelaar die in de buurt van het toestel is gemonteerd. Waarschuwing! Het is verplicht het apparaat te aarden. Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel. De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde. Aansluiting van de elektrische voedingskabel Let op Indien de voedingskabel beschadigd is, mag deze uitsluitend vervangen worden door een vertegenwoordigde operator van de Servicedienst om eventuele risico’s te vermijden.
  • Open het toegangsplaatje door de twee schroeven “A” los te draaien. (afb. 2.1).
  • Maak schroef “D” los en open de kabel klem “E” in zijn geheel (afb. 2.2).
  • Verbind de aansluitingen met klemhouder “F” (afb. 2.2) volgens het schema in afb. 2.3.
  • Sluit de fase-, nul- en aardedraden aan op het aansluitblok “G” volgens het schema in afb. 2.3.
  • Blokkeer de kabel met de kabel klem “E” (door het vastschroeven van schroef “D”).
  • Sluit het toegangsplaatje (controleer of de twee schroeven goed zijn vastgedraaid). Belangrijk Om de voedingskabel aan te sluiten, kan u de schroeven van het toegangsplaatje achter het klemmenbord NIET LOSDRAAIEN. Belangrijk De aardingsgeleider moet ongeveer 3 cm langer zijn dan de andere kabels. Doormeter van de voedingsdraad “Type H05RR of H05VV-F” 230 V ac 3 x 6 mm² (**) 400 V 3N ac 5 x 2,5 mm² (**) 400 V 2N ac 4 x 6 mm2 (**) (**) Rechtstreekse aansluiting op een elektrische muurdoos
  • Gelijktijdigheidsfactor van toepassing.
  • Alle aansluitingen dienen gedaan te worden door een erkend installateur. 3 Gebruik van de inductiekookplaat De vitrokeramische kookplaat is uitgerust met inductiekookzones. Deze zones, getoond door middel van geschilderde grafische elementen op het keramisch oppervlak, worden geregeld door aparte bedieningsknoppen op de display. Vooraan in het midden van de kookplaat duidt de display (bestaande uit 5 verlichtte cijfers - één voor elke zone - het volgende aan: = Kookzone OFF niet ingeschakeld = Kookzone ON (ingeschakeld maar niet in werking) Indien alle zones in nul staan, gaat de display vanzelf uit (kookzones OFF) na ongeveer 10 seconden. = Instellen van vermogen = Functie “snelkoken” = Functie “BOOST” - koken op maximale sterkte = Indicator voor de overblijvende warmte = Indicator voor het herkennen van de kookpan = Kinderbeveiliging = “Brug”-functie Opmerking Elk verlicht cijfer verwijst naar de respectieve kookzone. Inductiekooksysteem Zodra u een inductiekookzone aanzet en een kookzone kiest, gaan de elektronische schakelingen inductiestromen produceren die onmiddellijk de bodem van de pan opwarmen en de warmte doorgeven aan het gerecht. Op die manier is er bijna geen energieverlies tussen de kookplaat en het gerecht. Uw inductiekookplaat werkt alleen indien de juiste kookpan met juiste kenmerken op een kookzone wordt geplaatst. Gelieve hiervoor “KOOKGEREI/KOFFIEPOT VOOR INDUCTIE” te raadplegen. Indien de indicator voor het herkennen van de kookpan op de display verschijnt is uw kookpan niet geschikt en zal uw inductiekookplaat niet werken. Indien na 10 minuten geen kookpan herkend is, zal de kookzone automatisch uitgeschakeld worden en kan alleen ingeschakeld worden nadat de bedieningsknop terug op “0” (OFF) staat. Indicator voor overblijvende warmte Wanneer de kookzone nog heet is, zal de respectievelijke indicator voor overblijvende warmte op de display in werking zijn om u voor het hete oppervlak opmerkzaam te maken. Raak de kookzone van de kookplaat niet aan. Let vooral op kinderen. Wanneer de op de display verlicht is, is het mogelijk om opnieuw te beginnen koken. Stel de bedieningsknop op het gewenste vermogen in. Kookgerei/koffiepot voor inductie De inductieplaat WERKT ENKEL indien u het juiste kookgerei, geschikt voor inductie gebruikt (aangegeven door een inductie symbool op de onderkant van het kookgerei/koffiepot). Het gebruik van ongeschikt kookgerei kan schade berokkenen aan het toestel. De onderkant van het kookgerei moet magnetisch zijn OVER DE HELE OPPERVLAKTE om het elektromagnetisch veld dat nodig is voor het verhittingsproces te kunnen voortbrengen (dit wil zeggen dat een trekijzer moet blijven kleven op de onderkant van het kookgerei en dit over de hele oppervlakte). Kookgerei/koffiepotten vervaardigd uit het volgende materiaal zijn niet geschikt:
  • Glas, hout, porcelain, keramiek, aardewerk;
  • Puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem. Controleren of een pan/kookpot/koffiepot geschikt is of niet:
  • Test de bodem van de kookpan met een magneet; indien de magneet kleeft, is de kookpan geschikt.
  • Indien een magneet niet beschikbaar is, vul de kookpan met een kleine hoeveelheid water and plaats op een kookzone. Schakel de kookzone in: indien het symbol (indicator voor het herkennen van de kookpan) verschijnt op de kookzonedisplay (in plaats van het kookvermogen), is de pan niet geschikt. Belangrijk Gebruik geen inductieschijf; dit kan oververhitting en mogelijks schade aan het toestel veroorzaken. Belangrijke opmerking The kookzones zullen niet werken indien de diameter van de kookpan te klein is ( indicator voor het herkennen van de kookpan zal verschijnen op de kookzonedisplay). Om de kookzones correct te gebruiken, volg de aanwijzigingen in de tabel: Inductiekookzone Minimum aanbeveelde diameter van kookpan (raadpleeg de onderkant van de kookpot/koffiepot) Multizone (niet aan elkaar gekoppeld) 120 mm Multizone (aan elkaar gekoppeld) 230 mm Kookzone Ø 250 mm 145 mm Belangrijk Manches Kochgeschirr, das auf dem Markt erhältlich ist, kann von minderwertiger Qualität sein oder einen wirksamen ferromagnetischen Bereich besitzen, der aber einen wesentlich kleineren Durchmesser aufweist als der Topf selbst. Vermeiden Sie die Verwendung derartiger Kochgeschirre, da die Induktionskochfläche möglicherweise nicht ordnungsgemäß funktioniert oder beschädigt werden kann. Attention La casserole/cafètieres moka doit toujours être centrée au milieu de la zone de cuisson. 4 Elektrische multifunktie oven Attention De deur is heet, gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen. Thermostaat (Afb. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord. Bakstandenschakelaar (Afb. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld. TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue). ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het onderste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bodem op een hoge temperatuur moet worden verhit. OVENSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het bovenste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bovenkant op een hoge temperatuur moet worden verhit. GRILLEN Het infrarood-verwarmingselement is ingeschakeld. De warmte verspreidt zich via straling. Gebruik het apparaat met gesloten ovendeur en met de thermostaatknop tussen 50 en 225 °C te gebruiken. In de -stand zal de rotisseriemotor worden ingeschakeld. Voor correct gebruik, lees “GEBRUIK VAN DE GRILL” en “GEBRUIK VAN HET BRAADSPIT”. Opmerking Het wordt aangeraden om niet langer dan 30 minuten achter elkaar te grillen. Attentie Tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Aangeraden Gebruik: De grill is te gebruiken voor gerechten die dienen te worden gebraden, opgewarmd, gegratineerd, geroosterd, etc. KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine. De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 225° (voor maximaal 30 minuten). De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Empfehlungen zur Anwendung sind dem Kapitel “GRILLEN UND GRATINEREN” zu entnehmen. Den Grill nicht länger als 30 Minuten verwenden. Attentie De deur is heet, gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen. Thermostaat (afb. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord. Bakstandenschakelaar (afb. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld. CUISSON TRADITIONNELLE A CONVECTION Fonctionnement des éléments chauffants de sole et de voûte. La chaleur se répand par convection naturelle et la température doit être réglée de 50° à 250° C par la manette du thermostat. Il est nécessaire de préchauffer le four avant de placer les aliments pour la cuisson. Conseillé pour : Pour mets qui demandent le même degré de cuisson à leur intérieur comme à l’extérieur. Exemple: rôtis, côtes de porc, meringues, etc. CUISSON TRADITIONNELLE PAR LA SOLE Dans cette position, seul l’élément chauffant de la sole est branché. La chaleur se propage par convection naturelle et la température doit être réglée entre 50° C et la position maximale par la manette du thermostat. Conseillé pour : Pour compléter des cuissons qui nécessitent une plus grande chaleur à la partie supérieure. CUISSON TRADITIONNELLE PAR LA VOUTE Dans cette position, seul l’élément chauffant de la voûte est branché. La chaleur se propage par convection naturelle et la température doit être réglée entre 50° C et la position maximale par la manette du thermostat. Conseillé pour : Pour compléter des cuissons qui nécessitent une plus grande chaleur à la partie supérieure. CUISSON AU GRILLOIR On allume la résistance électrique à rayons infrarouges. La chaleur se propage par rayonnement. Utiliser avec la porte du four fermée et la manette du thermostat sur la position 225° C. Dans le position le moteur du tournebroche se met en fonctionnement pour la cuisson au tournebroche. Pour plus d’information voir les chapitres “CUISSON AU GRILL TRADITIONNEL” et “UTILISATION DU TOURNEBROCHE”. Grillade et gratin A l’allure du commutateur, la grillade peut être exécutée sans tournebroche puisque l’air enveloppe complètement les aliments. Positionner le thermostat à l’allure 225 °C et après avoir préchauffé le four, déposer simplement les mets sur la grille, fermer la porte et laisser fonctionner toujours avec le thermostat, jusqu’à la grillade est achevée. Ajouter quelques noix de beurre avant la fin de la cuisson pour obtenir l’effet doré du gratin. Attention La cuisson avec le grilloir ne doit jamais dépasse 30 min. la porte est chaude pendant le fonctionnement. Eloigner les jeunes enfants. Cuisson au grilloir Laisser préchauffer 5 minutes environ avec la porte du four fermée. Introduire le plats dans le four après avoir mis la grille porte-plat sur le gradin le plus haut possible du four. La lèchefrite se place dessous de la grille pour recueillir le jus et la graisse. Très important Laisser toujours la porte du four fermée pendant la cuisson. La cuisson avec le grilloir ne doit jamais dépasse 30 min. Attention La porte du four est très chaude pendant le fonctionnement. Eloigner les enfants. Cuisson au four Pour la cuisson, avant utilisation préchauffer le four à la température désirée. Quand le fo

Was dit artikel nuttig?

Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Geen antwoord op je vraag gevonden?