Dit artikel legt uit hoe u de MLG96DMAT / MLG96DZW / MLG96DMATBE / MLG96DZWBE van Boretti in elkaar zet.
Aanwijzingen voor de installateur
Important
De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie. Alle ingrepen moeten uitgevoerd worden wanneer het toestel uitgeschakeld is. Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt. Installatie Dit toestel behoort tot beschermingsklasse “2/1” tegen de oververhitting van aangrenzende oppervlakken. Tussen het toestel en de muur of kast ernaast moet minstens 200 mm afstand bewaard worden (afb. 8.1). De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75°C boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis mag geïnstalleerd worden in een keuken, in een eetkeuken of in een eenkamerwoning met kookhoek, maar niet in een vertrek met een badkuip of douche. De afstand tussen het fornuis en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het fornuis, moet minstens 500 mm bedragen. Het fornuis moet overeenkomstig aan afb. 8.1 geïnstalleerd worden. Achterscherm Monteer het achterscherm “C” (afb. 8.2) alvorens het fornuis te installeren. Het achterscherm “C” vindt u in de verpakking achter het fornuis. Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert. Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat. Monteer het achterscherm zoals aangegeven in afb. 8.2 en bevestig het door de schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien. De verstelbare poten monteren De verstelbare poten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen (afb. 8.3). Bewegingssysteem van het fornuis
Waarschuwing
Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare poten schade oplopen tijdens deze manœuvre (afb. 8.4).
Waarschuwing
Til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 8.5).
Waarschuwing
Sleep het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 8.6). Til het fornuis zo ver op dat zijn poten de vloer niet raken (afb. 8.4). Het fornuis waterpas zetten Het fornuis kan waterpas geplaatst worden door de uiteinden van zijn poten IN of UIT te draaien (afb. 8.7). Bevestigingssteun
Waarschuwing
Om te vermijden dat het apparaat kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen. Om de bevestigingssteun te plaatsen: Bepaal de plaats van het fornuis. Duid op de muur de plaats aan waar de twee schroeven van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afb. 8.8. Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde plastic pluggen in. Attentie Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren. Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven. Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 8.8). Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast. Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis bevindt.
Let op
Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd. Let extra goed op de gasslang. Eisen voor de ventilatie De installateur dient de plaatselijk geldende regelgeving m.b.t. de ventilatie van het vertrek en de afvoer van verbrandingsproducten in acht te nemen. Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen. Installatieruimte De ruimte waarin het gastoestel wordt geplaatst, moet over een natuurlijke luchtstroom beschikken zodat het gas kan branden (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving). De luchtstroom moet afkomstig zijn van een of meer openingen in de buitenmuren met een vrije ruimte van ten minste 100 cm2 (of verwijzen naar de geldige lokale regelgeving). De openingen moeten dicht bij de bodem zijn, bij voorkeur aan de kant tegenover de uitlaat voor verbrandingsproducten, en moeten zo gemaakt zijn dat ze noch van binnen, noch van buiten kunnen geblokkeerd worden. Wanneer het niet mogelijk is om zulke openingen te maken, mag de nodige lucht ook afkomstig zijn uit een aanpalende ruimte die voldoende verlucht is, indien dat geen slaapkamer of gevarenzone is (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving). In dat geval moet de keukendeur zorgen voor een luchtstroom. Afvoer van de verbrandingsgassen Er moet een afzuigkap in directe verbinding met de buitenlucht voorzien worden zodat verbrandingsproducten van het gastoestel afgevoerd kunnen worden (afb. 8.9). Indien dat niet mogelijk is, kan gebruik gemaakt worden van een elektrische ventilator, die aan de buitenmuur of een raam bevestigd is. Deze moet een vermogen hebben zodat per uur 3-5 keer zoveel lucht als het totale volume van de keuken verplaatst wordt (afb. 8.10). De ventilator kan alleen geplaatst worden indien de ruimte voldoende luchtopeningen heeft waardoor de lucht kan binnenkomen, zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Keuze van geschikte plaats’. Gasgedeelte De wanden van de naast het fornuis opgestelde de meubels moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zjin. Gasaansluiting De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften. Het fornuis is bij levering klaar voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld. Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen. De gasaanvoerbuis wordt aan de achterkant van het fornuis (afb. 8.1) aangesloten op de “R” of “L” gasinlaat; de aansluitbuis mag niet langs de achterkant van het apparaat lopen. De niet-gebruikte gasinlaat moet worden afgesloten met de plug (T) en afdichtingsring. Vóór de installatie moet men verifiëren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn. De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket. Gebruik een vaste of buigzame aansluitbuis die aan de geldende voorschriften voldoet. Als er een klemringkoppeling gebruikt wordt, dan moet deze stevig worden aangedraaid met twee moersleutels (afb. 9.2a, 9.2b). Verzeker u van het volgende: Dat de buigbare buis (slang) niet in aanraking kan komen met delen van het fornuis waar de oppervlaktetemperatuur 70°C boven de omgevingstemperatuur kan stijgen; Dat de slang niet langer is dan 75 cm en dat hij niet in aanraking kan komen met scherpe randen of hoeken; Dat de slang niet gespannen, gewrongen, geknikt of te sterk gebogen is; Dat de aan sluiting met een onbuigzame metalen buis geen trekkracht op de gasinlaat van het apparaat uitoefent. Vervang de afdichtingsring bij de minst geringste vervorming of onvolmaaktheid. Dat de buis zonder moeite over zijn hele lengte geïnspecteerd kan worden; de buis moet na ten hoogste drie jaar vervangen worden. Dat de kraan van de gastoevoerleiding of gasfles dicht gedraaid is wanneer het apparaat niet in gebruik is. A) Gassoorten Cat: II 2EK3B/P Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld: G25.3 aardgas G20 aardgas G30 / G31 Butaan/Propaan De aansluitset (zie afb. 8.3) bestaat uit: A - Gasinlaat (R of L) B - Afdichtingsring C - Verloopstuk Belangrijk De afdichtingsring “B” (afb. 9.3) zorgt dat er geen gas uit de gasaansluiting lekt. Vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid. Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afb. 9.2a). Controleer, na voltooiing van de aansluiting, met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de verbindingen gasdicht zijn. Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I) En is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 annex D met een Wobbe-index van 43,46 45,3 MJ/m3 (droog, 0°C, bovenwaarde) of 41,23 42,98 (droog, 15°C, bovenwaarde). Dit toestel kan daarnaast worden omgebouwd en/of opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I). Dit houdt derhalve in dat het toestel: “geschikt is voor G+-gas en H-gas, dan wel aantoonbaar geschikt is voor G+-gas en aantoonbaar geschikt is te maken voor H-gas” in de zin van het “Besluit van 10 mei 2016 tot wijziging van het Besluit gastoestellen…”. B) Gassoorten CAT: II 2E+3+ Het toestel wordt links- of rechtsachteraan aan de gastoevoer aangesloten (afb. 9.1) op een zodanige manier dat de buis nooit achter het toestel loopt. Het niet gebruikte uiteinde van de aansluiting (links of rechts) moet met de dop en afdichtingstuk afgesloten worden. De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien in overeenstemming met lokaal geldende voorschriften (norm NBN D 51-003). De wanden naast het fornuis moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn, of met zulk materiaal bekleed zijn. Ventilatie - gasverbranding is mogelijk door zuurstof in de lucht. Het is dus nodig om deze lucht te vernieuwen en om de brandbare delen te vernieuwen. Het volume van de vernieuwde lucht moet ten minste 2 m3/u per kW. De gas die gebruikt worden kunnen normaal worden gegroepeerd, volgens hun eigenschappen, in twee families: Vloeibaar gas: butaangas (G30) en propaangas (G31) Aardgas (G20/G25) De cuisinière is geleverd klaar voor gebruik, volgens het type gas dat op het etiket van het toestel vermeld staat. Het kan soms nodig zijn om van een type gas op een ander over te schakelen. Welk type gas de cuisinière ook is ontworpen voor, de volgende procedures moeten worden gevolgd: Raccordement au gaz. Vervanging van de injectoren van de tafel. Reglage du débit réduit des brûleurs de la table. S’assurer que l’appareil est réglé pour le type de gaz avec lequel il sera alimenté (voir étiquette). Le circuit d’alimentation en gaz doit être conforme aux normes locales en vigueur. Le groupe raccordement (fig. 9.2) se compose de : 1 écrou “ A ” (filetage extérieur cylindrique ISO 228-1) 1 rondelle d’étanchéité “D” 1 raccord conique “B” (filetage intérieur cylindrique ISO 228-1, filetage extérieur conique ISO 7-1) 1 raccord Gaz Butane/Propane “C”. Les appareils doivent être raccordés avec des matériaux R en aval du robinet d’arrêt agréé AGB/BGV sauf les cuisinières monobloc non encastrées. En règle générale, le raccordement des appareils en aval du robinet d’arrêt est fait au moyen : Soit de tubes en cuivre avec une épaisseur de paroi appropriée; Soit de tubes en acier; Soit d’un flexible R Metal pipes with AGB certification, fitted in such a way that they will not be crushed or pulled during use. Their bending radius must not be less than that specified by the manufacturer. Exception pour les cuisinières monobloc non encastrées. Ces appareils peuvent être raccordés au moyen d’un flexible en élastomère à embouts mécaniques indémontables intégrés; n’utiliser que des flexibles agréés pourvus du label “AGB/BGV”. Deux types de flexibles en élastomère : jusqu’au 1er avril 2005, il y aura 2 types de tuyaux flexibles en élastomère sur le marché : L’ancien modèle (modèle asymétrique) comprenant une extrémité à embout fixe du côté de l’appareil et un embout à écrou libre avec joint plat d’étanchéité intégré du côté de l’installation intérieure (robinet d’arrêt). Le nouveau modèle (modèle symétrique) comprenant aux deux côtés un embout à écrou libre avec joint plat d’étanchéité intégré; à terme seul le modèle symétrique restera disponible. En cas de placement d’un appareil neuf ou de remplacement d’un appareil existant, il faut utiliser toujours le modèle symétrique. Montage Des anciens appareils sont équipés à l’entrée d’un filet conique ISO 7-1 - le flexible est monté comme suit : Appliquer un produit d’étanchéité sur le filet de l’appareil : bande de téflon ou pâte d’étanchéité pour filetage (colmat) plus de la laine acrylique; Serrer la pièce de transition (filet cylindrique intérieur ISO 7-1 à filet cylindrique extérieur ISO 228-1) avec deux clefs sur la cuisinière; Contrôler si le joint d’étanchéité est bien insert ed inside t he moveable connection on the elastomer hose (new model); Tighten up by hand the elastomer hose on both sides; Tighten up with a spanner; Open the stop cock and check that there are no leaks (soap bubbles) by smearing on a frothing product). Les nouveaux appareils sont équipés à l’entrée de filet parallèle ISO 228-1. Pour le montage, suivre les phases 3, 4, 5, et 6 Comme décrit ci-dessus. Précautions à prendre Le tuyau flexible doit être monté de façon à ce qu’il ne soit pas soumis à des tensions mécaniques telles que torsion, compression, traction; Le tuyau flexible doit être monté de sorte qu’il n’entre en contact avec aucune autre partie mobile du meuble; Il doit présenter un rayon de courbure égal à au moins dix fois son diamètre extérieur; Il ne peut pas être en contact avec des parois chaudes; Faites-le passer à un endroit d’accès facile pour que vous puissiez le contrôler sur toute sa longueur. Il doit être à l’abri du soleil et des rayonnements ultraviolets et ne peut être placé dans une ambiance surchauffée. Contrôle périodique et remplacement Une vérification de l’absence de toute détérioration visible du flexible est réalisée au moins annuellement; le flexible est renouvelé au plus tard à la date de remplacement indiquée. Important! Pour le vissage des pièces, prenez la précaution d’utiliser 2 clefs (fig. 9.4). Après le bran chement, vérifier l’étancheité des connexions avec une solution savonneuse, jamais avec une flamme. Gas maintenance Replacement of the injectors of the burners Select the injectors to be replaced according to the “Table for the choice of the injectors”. The nozzle diameters, expressed in hundredths of a millimetre, are marked on the body of each injector. If the injectors are not supplied they can be obtained from the “Service Centre”. Replacement of the injectors of the cooktop burners To replace the injectors proceed as follows: Remove pan supports and burners from the cooktop. Using a wrench, substitute the nozzle injectors “J” (figs. 9.10a, 9.10b) with those most suitable for the kind of gas for which it is to be used. The burners are conceived in such a way so as not to require the regulation of the primary air. Minimum burner setting adjustment Check whether the flame spreads to all burner ports when the burner is lit with the gas tap set to the minimum position. If some ports do not light, increase the minimum gas rate setting. Check whether the burner remains lit even when the gas tap is turned quickly from the maximum to the minimum position. If the burner does not remain lit, increase the minimum gas rate setting. The procedure for adjusting the minimum gas rate setting is described below. Light the burner. Set the gas valve to the “minimum rate” position. Remove the knob. Using a screwdriver turn the screw “A” until adjustment is correct (fig. 9.11). Normally for ULPG, the regulation screw is tightened up. Electrical section General Connection to the mains must be carried out by qualified personnel in accordance with current regulations. The appliance must be connected to the mains checking that the voltage corresponds to the value given in the rating plate and that the electrical cable sections can withstand the load specified on the plate. The plug must be connected to an earthed socket in compliance with safety standards. The appliance can be connected directly to the mains placing an omnipolar switch with minimum opening between the contacts of 3 mm between the appliance and the mains. The power supply cable must not touch the hot parts and must be positioned so that it does not exceed 75°C at any point. Once the appliance has been installed, the switch or socket must always be accessible. Important The cooker must be installed in accordance with the manufacturer’s instructions. Incorrect installation, for which the manufacturer accepts no responsibility, may cause injury to persons or animals etc. N.B. For connection to the mains, do not use adapters, reducers or brancing devices as they can cause overheating and burning. Important This cooker must be conected to a suitable double pole control unit adjacent to the cooker.
Warning
This appliance must be earthed. Important Before effecting any intervention on the electrical parts of the appliance, the connection to the network must be interrupted. Important The connection of the appliance to earth is mandatory. The manufacturer declines all respo nsab ility for an y inconvenience resulting from the none observance of this condition. Connecting the feeder cable
Attention
If the power supply cable is damaged, it must be replaced only by an authorised service agent in order to avoid a hazard. To connect the feeder cable to the cooker it is necessary to: Remove the two screws that hold shield “A” behind the cooker. Open completely the cable clamp “D”. Position the U bolts onto terminal diagram in figs. 10.2a, 10.2b, 10.2c. Insert the feeder cable into the cable clamp “D”. The supply cable must be of a suitable size (see the section “Feeder cable section”). Connect the phase and earth cables to terminal “B” according figures 10.2a, 10.2b, 10.2c. Pull the feeder cable and block it with the cable clamp “D”. Re-mount shield “A”. N.B. The earth conductor must be left about 3 cm longer than the others. Aanwijzingen voor de installateur Important De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie. Alle ingrepen moeten uitgevoerd worden wanneer het toestel uitgeschakeld is. Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt.